De Klok van Goud
Een sprookje

In een oude stad, waar de schaduw van de grote kerktoren als een zonnewijzer over de markt draaide, leefden twee mannen die niet meer van elkaar konden verschillen.

In een oude stad, waar de schaduw van de grote kerktoren als een zonnewijzer over de markt draaide, leefden twee mannen die niet meer van elkaar konden verschillen.

Vroeger, als de boer met een wagen vol zakken tarwe door ons dorp reed, kon je hem horen mopperen: “Ik heb helemaal geen tijd om die zakken zelf naar de molen te brengen, want ik moet nog zoveel tarwe oogsten.”
En met een lang gezicht reed hij verder, langs het huis van de dominee, waar de domineesvrouw luid tegen haar man zei: “Er zijn zoveel armen in jouw parochie; had ik maar tarwe om te malen en brood voor ze te bakken.”
Misschien sprak ze zo luid, omdat ze hoopte dat de boer het zou horen.
Hij hoorde haar ook wel, maar hij schudde zijn hoofd en reed door. “Ik verkoop al mijn tarwe aan de molenaar. Ze denkt toch niet dat er iets voor haar overblijft?”