Een sprookje

In een oude stad, waar de schaduw van de grote kerktoren als een zonnewijzer over de markt draaide, leefden twee mannen die niet meer van elkaar konden verschillen.
De eerste was Heer Goudstein, een rijke koopman die in een groot huis woonde met wel twintig kamers. Elke kamer had een klok, maar geen enkele liep gelijk, want Heer Goudstein had nooit tijd om ze gelijk te zetten. Hij was altijd bezig met handel drijven en geld verdienen.
“Tijd is geld,” zei hij vaak tegen zijn bedienden. “En geld moet rollen.”
De tweede man was Meester Tijm, een oude klokkenmaker die in een klein huisje woonde in een steegje vlakbij de kerk. In zijn werkplaats stonden wel honderd klokken en ze liepen allemaal precies gelijk. Meester Tijm had weinig geld, maar alle tijd van de wereld om naar zijn klokken te luisteren en ze te verzorgen.
“Tijd is kostbaar,” zei hij vaak tegen zijn klokken. “Maar alleen als je hem deelt met anderen.”
Op een dag kwam er een vreemdeling in de stad. Hij droeg een lange mantel bezaaid met sterren en in zijn hand hield hij een gouden klok. De vreemdeling liep eerst naar het huis van Heer Goudstein.
“Koop deze klok,” zei hij tegen de koopman. “Het is een magische klok die tijd kan geven en nemen.”
Heer Goudstein lachte. “Waarom zou ik tijd willen kopen? Ik heb al te weinig tijd om al mijn geld uit te geven.”
Toen ging de vreemdeling naar Meester Tijm.
“Koop deze klok,” zei hij tegen de klokkenmaker. “Het is een magische klok die tijd kan geven en nemen.”
Meester Tijm glimlachte vriendelijk. “Ik heb geen geld om een gouden klok te kopen. Maar kom binnen en deel wat van je tijd met mij.”
De vreemdeling ging naar binnen en bleef de hele middag bij Meester Tijm. Ze dronken thee, praatten over klokken en deelden verhalen. Toen de avond viel, liet de vreemdeling de gouden klok achter.
“Je hebt je tijd met mij gedeeld,” zei hij. “Daarom geef ik je deze klok. Gebruik hem wijs.”
De volgende dag hoorde Heer Goudstein over de magische klok. Hij haastte zich naar Meester Tijm.
“Verkoop mij die klok,” zei hij. “Ik geef je er duizend goudstukken voor.”
Maar Meester Tijm schudde zijn hoofd. “Deze klok is niet te koop. Maar als je wilt, kun je wat van je tijd met mij delen.”
Heer Goudstein werd boos. “Mijn tijd is te kostbaar om te verspillen aan geklets!”
Elke dag kwam Heer Goudstein terug en bood meer geld. En elke dag nodigde Meester Tijm hem uit om binnen te komen en tijd te delen. Na een week was Heer Goudstein zo wanhopig dat hij besloot de klok te stelen.
’s Nachts sloop hij het huisje van Meester Tijm binnen. Daar stond de gouden klok te tikken tussen alle andere klokken. Voorzichtig pakte Heer Goudstein hem op. Maar zodra hij zich omdraaide om weg te sluipen, begonnen alle klokken tegelijk te luiden.
Geschrokken liet Heer Goudstein de gouden klok vallen. De klok brak in duizend stukjes, maar in plaats van glas en radertjes, stroomde er tijd uit. Gouden zandkorrels van tijd vulden de werkplaats.
Meester Tijm kwam zijn bed uit en zag wat er was gebeurd.
“Kijk nou wat je hebt gedaan,” zei hij verdrietig. “Al die kostbare tijd verspild.”
Voor het eerst in zijn leven schaamde Heer Goudstein zich. “Het spijt me,” zei hij zacht. “Ik wilde meer tijd hebben om rijk te worden. Maar nu zie ik in dat ik al die tijd alleen maar tijd heb verspild aan geld verdienen.”
Meester Tijm pakte een bezem en begon de gouden zandkorrels bij elkaar te vegen.
“Help me maar,” zei hij vriendelijk. “Dan delen we de tijd die nog over is.”
Samen veegden ze alle zandkorrels op een hoopje. En terwijl ze werkten, vertelde Heer Goudstein over zijn leven en luisterde Meester Tijm. Voor ze klaar waren, was de nacht voorbij en kwam de zon op.
“Vreemd,” zei Heer Goudstein. “Dit is de eerste keer in jaren dat ik de tijd heb vergeten.”
“Dat komt,” zei Meester Tijm, “omdat je eindelijk tijd hebt gedeeld in plaats van gespaard.”
Vanaf die dag kwam Heer Goudstein elke middag bij Meester Tijm op bezoek. Ze dronken thee, praatten over het leven en luisterden naar het tikken van de klokken. En hoewel Heer Goudstein nog steeds rijk was en Meester Tijm nog steeds arm, waren ze beiden even rijk aan tijd.
Want zoals de mensen in de stad nog steeds zeggen: tijd die je deelt wordt nooit minder, maar altijd meer.
En de vreemdeling? Die kwam nog wel eens langs om naar zijn gouden klok te vragen. Maar als hij dan Heer Goudstein en Meester Tijm samen zag zitten, glimlachte hij en liep stilletjes verder. Want hij wist dat zijn klok precies had gedaan wat hij moest doen.
