Ga naar de inhoud

Kerst in Den Haag

Charlotte en Diederik in De Passage


“Dat is het mooie van kerst … Het gaat om samen zijn”


Hoofdstuk

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25


1

Met trillende handen klikte Charlotte naar de volgende slide van haar presentatie. Op het scherm verscheen de warme gloed van kaarslicht, gevangen in kristallen ornamenten die een zacht spel van schaduwen op een diepgroene muur wierpen.

‘Kijk,’ zei ze, en ze hoorde zelf hoe haar stem oversloeg, ‘het gaat niet alleen om de traditionele kerstversiering. Het is de belofte van gezelligheid, van samen zijn.’ Ze wees naar de schets van een zithoek waar kussens in dieprood fluweel uitnodigend samenkwamen rond een klassieke haard. ‘Mensen willen tijdens de feestdagen geen strakke, minimalistische ruimtes. Ze verlangen naar…’

‘Mensen willen wat werkt.’ Jessica’s stem sneed door haar uitleg heen. Charlotte zag haar collega achterover leunen, haar designerbril afzetten en demonstratief poetsen. ‘Dit is veel te… sentimenteel. We hebben het hier over het nieuwe hoofdkantoor van een internationale bank, niet over een gezellig familie-etentje.’

De blos die Charlottes wangen kleurde had niets meer met enthousiasme te maken. Ze wierp een snelle blik op haar baas, maar Robert staarde naar zijn telefoon, zijn gezicht een masker van desinteresse.

‘Ik heb anders onderzoek gedaan,’ probeerde ze. ‘Zelfs in een zakelijke omgeving…’

‘Charlotte.’ Robert keek op van zijn scherm. ‘Je bent een getalenteerde styliste. Maar Jessica heeft een punt. We moeten realistisch blijven. Een bank wil uitstralen dat ze met geld kunnen omgaan, niet dat ze het uitgeven aan…’ Hij gebaarde vaag naar het scherm. ‘Dit soort frutsels.’

Charlotte slikte. Ze had zo gehoopt dat ze hen kon overtuigen. Wekenlang had ze aan dit ontwerp gewerkt, elk detail zorgvuldig overwogen. De kristallen ornamenten waren zelfs tweedehands, perfect passend bij de duurzaamheidsdoelen van de bank.

‘Misschien als ik laat zien hoe het er in de praktijk uit zou zien?’ Ze klikte haastig door naar de 3D-renders die ze tot diep in de nacht had zitten perfectioneren. ‘Deze verlichting bijvoorbeeld, het zijn LED-lampen die…’

‘We gaan voor Jessica’s concept.’ Robert stond op. ‘Strak, modern, efficiënt. Precies wat ze willen.’ Hij knikte naar Jessica, die haar designerbril weer opzette met een zelfingenomen glimlach. ‘Goed werk, Jessica. Charlotte, probeer volgende keer wat meer…’ Hij zocht naar het juiste woord. ‘Zakelijk te denken.’

De vergaderruimte leegde zich snel. Charlotte bleef alleen achter, starend naar haar presentatie die nog steeds de warme gloed van kaarslicht toonde. Ze voelde een brok in haar keel opkomen. Dit was de derde keer dit jaar dat Jessica’s minimalistische ontwerpen de voorkeur kregen boven haar meer persoonlijke benadering.

Met mechanische bewegingen ruimde ze haar spullen op. Het was bijna lunchtijd. Normaal at ze met haar collega’s in de kantine, maar vandaag kon ze hun blikken van medelijden – of erger nog, Jessica’s triomfantelijke houding – niet verdragen. Ze had behoefte aan frisse lucht, aan rust. Misschien moest ze maar een wandeling maken naar de Hertenkamp.

Terwijl ze haar laptop dichtklapte, ving ze haar spiegelbeeld in het donkere scherm. Een jonge vrouw met warme bruine ogen keek haar aan, haar kastanjekleurige haar in een nette knot die nu een beetje los begon te raken. Net als haar presentatie: te zacht, te warm voor deze koude wereld van glas en staal.


2

Een ijzige wind joeg door de straten van Den Haag, maar Charlotte trok haar sjaal wat strakker en liep door. De kou deed haar goed, alsof het de frustratie van de mislukte presentatie uit haar systeem blies. Op het Lange Voorhout dwarrelden de laatste bladeren van de bomen. Tussen de kale takken door zag ze de eerste kerstverlichting die al was opgehangen – overdag nog dof en levenloos, maar straks, in het donker, zou het de statige laan transformeren in een sprookjesachtige tunnel van licht.

Bij de Hertenkamp bleef ze staan. Een edelhert kwam nieuwsgierig dichterbij, zijn adem zichtbaar in de koude lucht. Charlotte glimlachte. Dit was haar favoriete plek in de stad, een eiland van rust te midden van de stedelijke drukte. Ze leunde tegen het hek en haalde diep adem.

‘Waar slaat dat nou weer op?’ Een luide mannenstem verbrak de serene sfeer. ‘Natuurlijk moeten die cijfers vóór de kerst binnen zijn. Wat denk je zelf?’

Het edelhert schrok op en draafde weg. Charlotte draaide zich geïrriteerd om. Een man in een perfect gesneden pak ijsbeerde langs het hek, zijn telefoon tegen zijn oor geklemd. Zijn stem had die typische autoritaire klank die ze zo goed kende van de directievergaderingen op haar werk.

‘Nee, néé, dat is geen optie.’ Hij gebaarde wild met zijn vrije hand. ‘Ik zit niet te wachten op excuses. Als we die fusie dit jaar nog willen afronden… Ja, precies.’

Charlotte probeerde hem te negeren en richtte haar blik weer op de herten, maar zijn stemgeluid droeg ver in de winterse lucht. Ze zag hoe een groepje damherten zich had teruggetrokken naar de andere kant van hun terrein.

‘Top! Dan verwacht ik volgende week…’ Hij onderbrak zijn zin en fronste naar zijn telefoon. ‘Bereik waardeloos hier. Ik loop wel even door.’

Hij passeerde haar met grote passen, nog steeds pratend. Een vleug van zijn aftershave dreef haar kant op. Charlotte zag hoe hij zonder enige blik op de herten of de historische omgeving doorliep, volledig verdiept in zijn zakelijke beslommeringen. Typisch, dacht ze. Mensen als hij zagen de schoonheid om hen heen niet eens.

Ze keek op haar horloge. Er was nog tijd genoeg om rustig haar lunch op te eten. Ze haalde haar boterhammen tevoorschijn en zocht een bankje dat uit de wind stond. Terwijl ze at, keerde de rust langzaam terug. De herten kwamen weer dichterbij. Een jong damhert graasde achter het hek vlakbij haar bankje, zo nu en dan opkijkend alsof het haar gezelschap wilde houden.

Misschien had Jessica gelijk, dacht ze somber. Misschien was er in de zakenwereld geen plaats voor warmte en gezelligheid. Die man van zonet was het perfecte voorbeeld: altijd haastig, altijd bezig met het volgende doel, blind voor de kleine momenten van schoonheid.

Het damhert keek haar aan met grote, zachte ogen. Charlotte glimlachte weer. Nee, ze zou niet cynisch worden. Ergens moest er toch een balans te vinden zijn tussen zakelijk succes en menselijke warmte? Ze dacht aan haar kerstontwerp. Het was goed geweest. Het had gekund. Als ze nou eens…


3

De middag sleepte zich voort. Charlotte staarde naar haar computerscherm waar Jessica’s winnende ontwerp openstond – strakke lijnen, chromen accenten, en precies drie dennentakken in geometrische vazen van gerookt glas. Kerstsfeer volgens het handboek van de minimalistische designschool.

‘Zit niet zo te mokken.’ Anne, haar buurvrouw op de afdeling, leunde over haar computerscherm. ‘Je weet hoe Robert is. Bij hem gaat het altijd om…’

‘De cijfers. Ja, ik weet het.’ Charlotte probeerde te glimlachen. ‘Ik snap het ook wel. Een bank moet natuurlijk…’

‘Je hoeft het niet goed te praten.’ Annes stem klonk zacht. ‘Jouw ontwerp was prachtig. Maar soms is prachtig niet wat ze willen.’

Charlotte knikte. Ze dacht aan de man bij de Hertenkamp. Precies het type directielid voor wie zij deze kantoren ontwierp. Iemand die zelfs bij de herten nog over fusies en deadlines liep te tetteren. Was het dan een wonder dat haar ontwerpen te warm werden gevonden?

‘Misschien moet ik gewoon…’

‘Als je nu zegt dat je meer zakelijk moet gaan denken, komt er een nietmachine jouw kant op.’ Annes bruine krullen dansten terwijl ze heftig haar hoofd schudde. ‘Je bent goed in wat je doet, Charlotte. Zij snappen het alleen nog niet.’

‘Dank je.’ Charlotte keek naar de tijd. Nog anderhalf uur. ‘Maar soms vraag ik me af of ik wel…’

Een overwinningslach vanaf Jessica’s bureau onderbrak haar gedachten. Blijkbaar had de bank net definitief getekend voor haar ontwerp.

‘En dan werd vandaag ook nog mijn lunch verpest door zo’n phone terrorist bij de Hertenkamp,’ verzuchtte Charlotte. ‘Van die types die denken dat de hele wereld hun zakengesprek moet horen.’

‘Zo een die geen idee heeft dat er ook andere mensen bestaan?’ Anne schudde meelevend haar hoofd.

‘Precies. Zelfs de herten schrokken van hem.’

‘Weet je wat?’ Anne stond op. ‘We gaan morgen tijdens de lunch kerstshoppen. Even weg uit deze glazen kooi. Dan kun je mij laten zien hoe je een ruimte écht gezellig maakt.’

Charlotte aarzelde. ‘Ik weet niet of ik…’

‘Geen gemaar. Je gaat mee. Ik moet nog cadeaus hebben en jij kunt wel wat afleiding gebruiken.’

Dit keer was Charlottes glimlach wel echt. ‘Oké dan. Maar niet te lang, want…’

‘Natuurlijk niet. We zijn tenslotte professionals.’ Anne knipoogde. ‘O, en Charlotte? Die dennentakken in die vazen? Zó 2023.’

Terwijl Anne wegliep, voelde Charlotte haar humeur wat opklaren. Misschien had haar vriendin gelijk. Misschien moest ze gewoon haar eigen stijl trouw blijven. En wat die man bij de Hertenkamp betreft – ze hoopte vooral dat ze hem nooit meer tegen zou komen.


4

Charlotte staarde naar het berichtje op haar telefoon. ‘Sorry! 🤒 Ziek in bed. Kerstshoppen wordt niks vandaag.’ Ze tikte snel een reactie: ‘Beterschap! 💐’

De nieuwe werkdag was al niet geweldig begonnen. Jessica paradeerde door kantoor met haar definitieve ontwerpen, en de dennentakken in de geometrische vazen waren volgens Robert ‘precies de juiste touch‘. Charlotte zuchtte. Ze had zin om even weg te zijn uit dit kantoor vol glazen wanden en chrome details.

‘Ik neem een lange lunch,’ riep ze naar Annes lege bureau, en ze moest bijna glimlachen om haar eigen flauwe grapje. Het was tijd om haar kerstinkopen te doen, met of zonder gezelschap.

De kou sloeg in haar gezicht toen ze naar buiten stapte. Het weer was nog guurder dan gisteren, maar tenminste was het droog. Ze sloeg haar sjaal wat strakker om zich heen en liep in de richting van de Grote Marktstraat.

De eerste kerstversieringen waren overal zichtbaar. Etalages lokten met warme lichtjes, en ergens klonk zachtjes ‘White Christmas‘. Het illustreerde precies wat ze gisteren had proberen uit te leggen tijdens haar presentatie – hoe zelfs de meest zakelijke straat kon veranderen in een plek van warmte en gezelligheid.

De geur van versgebakken oliebollen dreef haar tegemoet. De kraam aan het begin van de Grote Marktstraat was al vroeg open, en er stond een bescheiden rij. Charlottes maag knorde. Ze had door alle drukte haar lunchtrommel op kantoor laten staan.

Een oliebol zou er nu wel ingaan. De geur was verrukkelijk, een mengeling van versgebakken deeg en poedersuiker. Ze bleef even staan, overwoog het. Maar toen zag ze hoe een man in pak zijn vingers probeerde schoon te vegen aan een veel te klein servetje. Nee, met vette vingers wilde ze niet door De Bijenkorf lopen. Stel je voor dat ze vlekken maakte op de cadeaus die ze wilde kopen.

Ze liep door, langs de kraam waar mensen in de rij stonden voor hun vette verleiding. Nog een paar minuten lopen naar De Bijenkorf. Ze verheugde zich al op de kerstsfeer binnen. Vorig jaar hadden ze zo’n prachtige boom neergezet in het atrium naast de roltrappen. Ze hoopte dat ze dit jaar weer hadden uitgepakt.

Een windvlaag rukte aan haar sjaal. De lucht werd donkerder; het zou niet lang meer duren voor het ging regenen. Charlotte versnelde haar pas. Ze wilde binnen zijn voor de bui zou losbarsten.


5

De warmte van De Bijenkorf omhulde haar als een deken. Charlotte bleef even staan om haar sjaal los te maken en keek omhoog. Daar was hij: de enorme kerstboom die het atrium vulde van de begane grond tot bijna het glazen dak. Duizenden lichtjes twinkelden tussen de takken. Dit was precies de magie die ze had willen vangen in haar presentatie.

Ze had geluk; veel mensen waren er nog niet. Snel werkte ze haar lijstje af. Een mooie sjaal voor haar moeder. Een exclusieve theemelange voor haar zus – die zou de grap wel waarderen na hun gesprek over ‘gepaste’ kerstcadeaus vorig jaar. Voor haar vader die roman over de Atlantikwall waar hij het over had gehad.

Met haar armen vol liep ze naar de roltrap. Even naar boven, dan kon ze bij de inpakservice haar aankopen mooi laten inpakken. Ze draaide zich om en…

Haar hart sloeg over. Een man in kostuum kwam met grote passen haar kant op, zijn blik op zijn telefoon gericht. Charlotte herkende hem direct – de man van de Hertenkamp. Hij keek niet op of om, te druk met zijn schermpje.

Ze deinsde achteruit, maar haar armen zaten vol met haar aankopen. De cadeaus begonnen te schuiven. Ze zag het gebeuren als in slow motion: de sjaal gleed weg, de thee kantelde, het boek…

Een arm schoot uit en greep haar bovenarm stevig vast. Een andere hand ving vakkundig de vallende cadeaus. De man van de Hertenkamp had zijn telefoon razendsnel weggemoffeld en haar met een snelle beweging opgevangen.

‘Pardon,’ zei hij, en zijn stem klonk heel anders dan gisteren, bijna verlegen. ‘Ik lette niet op waar ik…’ Hij keek haar aan en stokte. Herkende hij haar van gisteren?

Charlotte kwam weer in balans, nog steeds verbaasd dat haar aankopen niet over de vloer rolden. ‘Dank u,’ mompelde ze. ‘Dat was bijna…’

‘Geen dank.’ Hij glimlachte, en tot haar verbazing verzachtte zijn hele gezicht. Zonder die gestreste frons zag hij er jonger uit, aantrekkelijker. ‘Kan ik deze misschien…?’ Hij gebaarde naar de cadeaus die hij nog steeds vasthield.

‘O! Ja, natuurlijk.’ Ze stak haar handen uit om ze aan te pakken. In het bewegende licht van de kerstboom zag ze ineens iets op haar mouw. Een vlek?

‘O nee.’ Hij keek schuldig naar zijn handen. ‘Ik was net een oliebol…’ Hij schraapte zijn keel. ‘Het spijt me verschrikkelijk. Ik… eh… laat me het goedmaken. Een kopje koffie misschien? En dan zoeken we meteen even uit of die vlek er nog uit te krijgen is.’

Charlotte aarzelde. De man voor haar leek in niets op de luidruchtige zakenman van gisteren. Hij stond daar bijna onhandig, wachtend op haar antwoord, een restje poedersuiker nog op zijn mouw.

‘The Kitchen is hier vlakbij,’ vervolgde hij toen ze niet meteen reageerde. ‘Op de derde verdieping.’

‘Dat weet ik,’ zei ze, scherper dan ze bedoelde. Natuurlijk wist ze waar The Kitchen was. Ze kwam hier vaker dan in haar eigen keuken, als ze eerlijk was.

‘Natuurlijk.’ Hij glimlachte weer, en heel even zag ze iets van verlegenheid in zijn ogen. ‘Zal ik in ieder geval je tas…’

‘Die kan ik zelf wel dragen,’ onderbrak ze hem. Ze wilde niet nog meer vlekken riskeren.

‘Fair enough.’ Hij stak zijn handen op in een gelaten gebaar. ‘Maar die koffie staat nog steeds?’

Charlotte keek naar de vlek op haar mouw. Het was haar favoriete winterjas. ‘Oké dan.’

Ze liepen samen naar de roltrap. Boven hun hoofden glinsterde de kerstboom in het glazen atrium.

‘Prachtig, hè?’ Charlotte kon het niet laten. ‘Die warme gloed over de hele winkel.’

‘Hmm.’ Hij klonk afwezig. ‘Ja, weer zo’n boom.’

En daar was hij weer, dacht Charlotte – de afstandelijke zakenman van gisteren. Ze stapte op de roltrap en vroeg zich af waarom ze in hemelsnaam ‘ja’ had gezegd tegen die koffie.


6

In The Kitchen was het rustig. Een enkele vrouw met een laptop zat bij het raam, en twee oudere dames genoten van wat waarschijnlijk hun vaste ochtendkoffie met appelgebak was.

‘Ik ben trouwens Diederik,’ zei hij. ‘En nogmaals sorry van die vlek. Wat mag ik voor je bestellen?’

‘Een cappuccino.’ Charlotte hing haar jas over een stoel bij een tafeltje met uitzicht op de kerstboom, de vlek demonstratief naar hem toe gedraaid.

Bij de counter hoorde Charlotte hem aarzelen. ‘Maken jullie ook haver-‘ Hij keek even haar kant op en onderbrak zichzelf. ‘Eh, doe maar een cappuccino en een espresso.’

Ze zag hem terugkomen met hun koffie op een dienblad. Had hij bijna havermelk besteld? Dat paste totaal niet bij het beeld dat ze van hem had.

‘Ik eh…’ Hij zette de kopjes neer en schraapte zijn keel. ‘Je komt hier vaker?’

‘Best wel.’ Ze keek uit over de winkel beneden. Van hieraf zag je de kerstversiering op zijn mooist, met al die lichtjes die door de verschillende verdiepingen heen speelden.

‘Mooi hoor,’ zei hij, maar hij keek niet naar de versiering. Hij bestudeerde de vlek op haar jas. ‘Misschien als je er direct koud water op doet…’

Charlotte zuchtte. ‘Het is al bijna opgedroogd. En eigenlijk moet ik zo weer…’

‘Het spijt me echt.’ Hij klonk zo oprecht dat ze hem wel aan moest kijken. ‘Ik was een beetje… afgeleid vanochtend. Deadline-stress.’ Hij glimlachte scheef. ‘Zoals gisteren bij de Hertenkamp.’

Dus hij herinnerde zich haar wel. Charlotte voelde zich blozen. ‘Je was inderdaad niet bepaald…’

‘Stil? Bescheiden? Sociaal aangepast?’ Nu grijnsde hij echt. ‘Je moet me mijn telefoonstem maar vergeven. Als je met de dealers van de Zuidas praat, moet je…’ Hij stopte abrupt. ‘Sorry. Shop talk.’

Charlotte nipte van haar cappuccino. ‘De Zuidas. Natuurlijk.’

‘Dat klinkt afkeurend.’

‘Helemaal niet.’ Ze probeerde neutraal te kijken. ‘Ik werk zelf ook in de zakelijke wereld.’

‘O?’ Hij leunde geïnteresseerd naar voren. ‘Als?’

‘Interieurstylist.’ Ze wachtte op de onvermijdelijke reactie.

‘Dus jij bent degene die al die loungebanken en hangplanten in kantoortuinen neerzet?’

‘Dat is een beetje kort door de bocht.’ Ze hoorde de verdedigende toon in haar stem. ‘Het gaat om het creëren van een omgeving die…’ Ze onderbrak zichzelf. ‘Maar dat interesseert je waarschijnlijk niet.’

‘Waarom niet?’

‘Gisteren bij de Hertenkamp leek je niet bepaald geïnteresseerd in je omgeving.’

‘Touché.’ Hij roerde in zijn espresso. ‘Maar misschien was ik gewoon te gestrest om het te zien. De fusie waar ik mee bezig ben… nou ja, shop talk weer.’ Hij glimlachte verontschuldigend. ‘Vertel eens, wat maakt een ruimte volgens jou bijzonder?’

Charlotte aarzelde. Was hij oprecht geïnteresseerd of deed hij alleen beleefd? ‘Neem deze ruimte,’ begon ze voorzichtig. ‘De combinatie van die industriële lampen met de warme houttinten. En kijk hoe het licht van de kerstboom door de glazen wanden speelt. Het creëert een soort…’

‘Geborgenheid?’ vulde hij aan.

Ze keek hem verrast aan. ‘Ja, eigenlijk wel.’

‘Ik zou hier best willen werken,’ zei hij peinzend. ‘Mijn kantoor is ook allemaal glas, maar dan zonder de warmte. Strak en efficiënt, zeggen ze dan.’

‘Ken ik,’ verzuchtte Charlotte. ‘Strak en efficiënt wint het meestal van warm en uitnodigend.’

‘Meestal?’

‘Gisteren nog. Ik had een presentatie voor een bank en…’ Ze schudde haar hoofd. ‘Nu begin ik met shop talk.’

‘Het ligt er maar aan hoe je het brengt.’ Hij grijnsde weer. ‘Ik kan je wel wat tips geven voor het overtuigen van zakelijke types. Eerste tip: niet bellen als je bij de Hertenkamp staat.’

Charlotte moest lachen, maar werd toen weer serieus. ‘Moet jij niet terug naar je werk?’

‘Eigenlijk wel.’ Hij keek op zijn horloge. ‘Maar ik heb nog wat goed te maken met die jas.’

‘Die vlek gaat er toch niet meer uit door nog een kopje koffie.’

‘Nee,’ gaf hij toe. ‘Maar ik kan wel proberen het nog erger te maken door je een stuk appeltaart aan te bieden. Met slagroom?’

Charlotte keek op haar telefoon. Ze zou eigenlijk terug moeten naar kantoor, waar Jessica ongetwijfeld nog steeds rondbazuinde over haar succesvolle presentatie. Aan de andere kant…

‘Geen slagroom,’ zei ze beslist. ‘En ik moet echt over een half uur weg.’

‘Deal.’ Hij stond al op. ‘Twee appeltaart?’

Ze knikte, en terwijl ze hem weer naar de counter zag lopen, betrapte ze zich erop dat ze glimlachte. Hij was nog steeds die overduidelijke Zuidas-man, maar er zat ook iets… anders achter die façade. Iets wat ze niet direct kon plaatsen.

Bij de counter hoorde ze hem vragen: ‘Is die appeltaart eigenlijk met…’ Hij keek weer even haar kant op en maakte zijn zin niet af. Ze zag hem zijn schouders ophalen en knikken naar wat de man achter de counter zei.

Wat had hij nu weer bijna gevraagd? Charlotte schudde haar hoofd. Het zou haar worst wezen of de appeltaart vegan was of niet. Over een half uur zou ze terug zijn op kantoor en zou dit hele gebeuren niet meer zijn dan een vreemde onderbreking van haar dag. Een grappig verhaal, misschien, voor als Anne morgen weer beter was.

Diederik kwam terug met twee bordjes. ‘Kijk, geen slagroom.’

‘Dank je.’ Ze pakte haar vork. ‘En eh… sorry dat ik zo bot was bij de Hertenkamp.’

‘Bot?’ Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Ik liep daar maar te tetteren in mijn telefoon. Wie was er nou bot?’

Ze moest weer glimlachen, tegen beter weten in. Buiten werd het donkerder; het ging waarschijnlijk regenen. Maar hier, in het warme licht van The Kitchen, met uitzicht op die prachtige kerstboom, leek het weer er even niet toe te doen.


7

Het was inderdaad gaan regenen. Charlotte schudde de druppels van haar jas terwijl ze het kantoor binnenliep. De vlek was nog steeds zichtbaar, en om de een of andere reden moest ze glimlachen toen ze ernaar keek.

‘Zo zo.’ Annes stoel was nog steeds leeg, maar Jessica stond ineens naast haar bureau. ‘Jij bent lang weggeweest voor een lunch.’

‘Ik moest nog wat kerstinkopen doen.’ Charlotte hing haar jas over haar stoel en probeerde niet te reageren op Jessica’s geamuseerde blik.

‘En daar krijg je zo’n kleur van?’

Charlotte voelde dat ze nog roder werd. ‘Ik eh… het regent nogal.’

‘Sure.’ Jessica tikte met een perfect gelakte nagel op Charlottes bureau. ‘Robert wil trouwens dat we nog even naar de planning kijken voor het bankproject. Hij heeft een conference call ingepland voor drie uur.’

Natuurlijk had hij dat. Charlotte zuchtte en knikte. ‘Ik kom zo.’

Ze startte haar computer op en zag dat er al drie e-mails van Jessica in haar inbox stonden, allemaal met high priority vlaggetjes. De warme sfeer van The Kitchen leek ineens heel ver weg.

‘O, Charlotte?’ Jessica draaide zich bij de deur nog even om. ‘Mooie jas. Maar volgens mij zit er een vlek op.’

Zodra Jessica weg was, liet Charlotte haar hoofd op haar bureau zakken. Wat was ze aan het doen? Een halfuur appeltaart eten met een of andere gladde zakenman, gewoon omdat hij toevallig… ja, wat eigenlijk? Charmant kon zijn als hij wilde? Een donkere krul had die steeds in zijn ogen viel?

Ze ging rechtop zitten en opende vastberaden Jessica’s eerste mail. Action points voor implementatie concept. Hier moest ze zich op concentreren, niet op…

Haar telefoon lichtte op. Een appje van Anne: ‘😷 Gaat al iets beter! Morgen weer van de partij. Vertel, hoe was het shoppen? Veel kerstsfeer?’

Charlotte tikte terug: ‘👍 Fijn dat je opknapt! Shoppen was… interessant.’

Nog voor ze haar telefoon kon wegleggen, kwam Annes reactie al: ‘❓’

‘Vertel ik morgen wel,’ stuurde Charlotte terug. Ze legde haar telefoon weg en focuste zich op haar scherm. Maar steeds weer dwaalden haar gedachten af naar die lunch. Naar hoe hij had geluisterd toen ze over haar werk vertelde. Naar die glimlach toen hij…

‘Charlotte?’ Robert stak zijn hoofd om de deur. ‘Status update over vijf minuten?’

‘Ja, natuurlijk.’ Ze rechtte haar rug. ‘Ik kom eraan.’

En terwijl ze haar laptop oppakte en haar baas naar de vergaderruimte volgde, nam ze zich heel stellig voor niet meer aan Diederik te denken. Hij was gewoon een random zakenman die ze toevallig twee keer was tegengekomen. Niets meer dan dat.

Maar waarom had ze dan toch het gevoel dat het verhaal nog niet af was?


8

‘Oké, vertel!’ Anne duwde een dampende kop thee onder Charlottes neus. ‘Wat was er zo “interessant” aan het shoppen gisteren?’

Charlotte keek schichtig om zich heen, maar Jessica was in overleg met Robert en de rest van de afdeling leek verdiept in hun beeldschermen.

‘Weet je nog die man van de Hertenkamp?’ fluisterde ze.

‘Die phone terrorist die je lunch verpestte?’ Anne trok haar stoel dichterbij. ‘Wat is er met hem?’

‘Ik kwam hem weer tegen. In De Bijenkorf.’

‘En?’

‘We hebben koffie gedronken.’

Annes wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Koffie? Met mijnheer “fusies en deadlines”?’

‘Het was niet…’ Charlotte zocht naar woorden. ‘Hij was anders. Nou ja, niet helemáál anders. Maar…’

‘Maar?’

Charlotte vertelde over de bijna-botsing, de vlek, en het gesprek in The Kitchen. Anne luisterde met groeiende verbazing.

‘Wacht even.’ Ze hield haar hand op. ‘Hij wilde havermelk in zijn koffie? Een Zuidas-type?’

‘Hij bestelde het niet echt. Hij stopte halverwege.’

‘Waarom?’

‘Geen idee.’ Charlotte roerde in haar thee. ‘Het was alsof…’ Ze zocht naar de juiste woorden. ‘Alsof hij twee verschillende mensen is. Die arrogante man bij de Hertenkamp, en toen ineens iemand die…’

‘Die…?’ Anne leunde nog verder naar voren.

‘Die eigenlijk heel goed begreep wat ik bedoelde over het creëren van sfeer in een ruimte.’

‘Hm-hm.’ Annes glimlach werd breder. ‘En hij zag er zeker verschrikkelijk uit?’

‘Wat? Nee! Hij…’ Charlotte stopte toen ze Annes gezicht zag. ‘O, hou op.’

‘Wanneer zie je hem weer?’

‘Helemaal niet.’ Charlotte rechtte haar rug. ‘Het was gewoon een… een toevallige ontmoeting.’

‘Twee toevallige ontmoetingen.’

‘Precies. En nu ga ik me focussen op mijn werk. Ik moet nog steeds…’

‘Je vertelde hem over je presentatie.’ Het was geen vraag.

‘Ja, maar…’

‘En hij luisterde?’

Charlotte zuchtte. ‘Ja.’

‘En dat was…’

‘Verfrissend,’ gaf Charlotte toe. ‘Maar dat betekent nog steeds niet…’

Het geluid van hakken op de kantoortegels onderbrak haar. Jessica kwam aangelopen met een stapel papieren.

‘Ladies,’ zei ze met haar gebruikelijke neerbuigende glimlach. ‘Als jullie klaar zijn met… theedrinken? De mock-ups voor het verlichtingsplan moeten vandaag nog uit.’

Anne rolde met haar ogen zodra Jessica buiten gehoorsafstand was. ‘Zie je wel waarom je die Diederik een kans moet geven? Hij kan op zijn minst niet erger zijn dan…’

‘Ik ga hem geen kans geven,’ onderbrak Charlotte haar. ‘Het was één kopje koffie. Eén gesprek. Meer niet.’

‘Sure.’ Anne stond op. ‘Daarom zit je er ook helemaal niet meer aan te denken.’

Charlotte wilde protesteren, maar haar vriendin was al op weg naar haar eigen bureau. Met een zucht opende ze het bestand met de mock-ups. Anne had ongelijk. Natuurlijk had ze ongelijk. Het was gewoon… een toevallige ontmoeting geweest.

Of nou ja, twee dan.


9

Het was al aan het schemeren toen Charlotte eindelijk haar computer uitschakelde. Jessica had er een sport van gemaakt om steeds nieuwe feedback op de verlichtingsplannen te geven, tot Charlotte er scheel van zag.

‘Morgen verder,’ had Anne gezegd toen ze haar jas pakte. ‘Anders word je nog net zo’n workaholic als…’ Ze had betekenisvol naar Jessica’s bureau gekeken.

Nu liep Charlotte door De Passage, op weg naar huis. De glazen overkapping was al donker, maar dat maakte de kerstverlichting des te sprookjesachtiger. Kleine lichtjes fonkelden overal tussen de statige art-nouveau ornamenten. En daar, in het midden, stond de enorme kerstboom. Charlotte bleef even staan om ernaar te kijken. De verlichting weerkaatste in de ruiten van de winkels, waardoor het leek alsof de lichtjes zich tot in het oneindige vermenigvuldigden.

‘Mooi, hè?’

Charlotte schrok op. Naast haar stond Diederik, ook omhoog kijkend naar de kerstboom. Hij droeg nog steeds zijn pak, maar zijn das zat losser en zijn haar was wat in de war, alsof hij er vaak doorheen had gestreken.

‘Eh, ja,’ zei ze, plotseling verlegen. ‘De verlichting hier is altijd zo…’

‘Overdreven?’ Hij grijnsde toen hij haar gezicht zag. ‘Sorry. Ik probeerde grappig te zijn.’

‘Dat viel tegen.’

‘Ouch.’ Hij legde zijn hand op zijn hart in een dramatisch gebaar. ‘Maar eerlijk? Al die kerstversiering… het is een beetje veel van het goede, vind je niet?’

Charlotte keek hem onderzoekend aan. ‘Je houdt niet van kerst?’

‘Laten we het erop houden dat ik er niet wild enthousiast van word.’ Hij draaide zich half van de kerstboom af. ‘Maar eh… kan ik het goedmaken? Een kopje koffie bij Hop & Stork misschien?’

Charlotte aarzelde. Ze had zich nog zo voorgenomen om…

‘Of ben je nog boos over die vlek?’ vroeg hij. ‘Want dan snap ik…’

‘De vlek komt er vast wel uit,’ onderbrak ze hem. ‘Maar ik…’

Een groepje toeristen kwam luid pratend langs, foto’s makend van de kerstboom. Charlotte zag hoe Diederik zich nog verder afwendde van de feestelijke versiering. Er was iets in zijn houding, een spanning die ze niet eerder had opgemerkt.

‘Je mag ook nee zeggen,’ zei hij zacht.

Er was iets in zijn toon dat haar raakte. De afgelopen twee keer dat ze hem had gezien, wisselde hij steeds tussen zelfverzekerd en kwetsbaar, alsof hij niet precies wist welke kant hij haar wilde laten zien.

‘Oké dan.’ Ze knikte naar Hop & Stork. ‘Maar ik waarschuw je – als je nog één keer “overdreven” zegt bij het zien van kerstversiering…’

‘Dan wat?’ Zijn glimlach keerde terug. ‘Ban je me uit alle koffiezaken in Den Haag?’

‘Precies.’ Ze liep al richting de ingang van de koffiezaak. ‘En geloof me, met mijn expertise in interieurstyling kan ik heel overtuigend zijn over wat wel en niet overdreven is.’

Ze hoorde hem lachen terwijl hij haar volgde. Binnen was het warm en druk, maar ze vonden een tafeltje bij het raam, met uitzicht op de verlichte Passage.

‘Wat mag het zijn?’ vroeg hij, zijn jas over zijn stoel hangend.

‘Doe maar een cappuccino.’

‘Playing it safe?’ Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Ik dacht dat jij van sfeer en warmte hield.’

‘Wat suggereer je dan?’

‘Ze hebben hier geweldige warme chocolademelk. En als je een beetje avontuurlijk bent…’

Charlotte moest denken aan Annes verbazing over zijn bijna-bestelde havermelk. ‘Laat me raden. Met een scheutje hazelnootsiroop?’

Nu was het zijn beurt om te blozen. ‘Eh, nou…’

‘Ha! Je bent zo’n healthy lifestyle type, of niet?’

‘Zegt de vrouw die geen oliebol durfde te eten.’

‘Dat was anders! Ik wilde geen…’

‘Vette vingers, ik weet het.’ Hij grinnikte. ‘Oké, ik ga bestellen. Een cappuccino voor de dame die geen risico’s neemt, en…’

‘Wacht.’ Ze pakte het menukaartje. ‘Ik neem die warme chocolademelk wel. Met hazelnoot.’

Zijn gezicht klaarde op. ‘Zeker weten?’

‘Ja. Maar,’ ze keek hem streng aan, ‘als het niet lekker is…’

‘Dan ban je me uit alle koffiezaken in Den Haag. Ik weet het.’

Terwijl hij naar de counter liep, keek Charlotte door het raam naar de kerstboom in De Passage. Er was iets wat niet klopte. Iemand die zo enthousiast kon zijn over warme chocolademelk met hazelnootsiroop, zou toch ook van de gezelligheid van kerst moeten kunnen genieten? Wat was zijn verhaal?

Diederik kwam terug met hun bestelling. ‘Kijk, met een extra toef slagroom. Voor het geval je toch wat avontuurlijker bent dan je wilt toegeven.’

‘Zegt de man die stiekem havermelk wilde bestellen.’

‘Wie zegt dat dat stiekem was?’ Hij ging zitten. ‘Een gezonde levensstijl is tegenwoordig juist trending.’

‘O, dus daarom bestelde je het niet – omdat het te mainstream is geworden?’

Hij lachte. ‘Oké, je hebt me door. Ik probeer nog steeds die Zuidas-reputatie hoog te houden.’

Charlotte nipte van haar chocolademelk. De hazelnootsmaak was verrassend subtiel. ‘En? Lukt dat een beetje?’

‘Meestal wel.’ Hij roerde in zijn eigen drank – gewoon koffie, zag ze. ‘Maar soms…’ Hij haalde zijn schouders op.

‘Soms?’

‘Soms is het vermoeiend.’ Hij keek door het raam naar buiten. Een groepje kinderen stond bij de kerstboom, wijzend naar de versiering. Even trok er een schaduw over zijn gezicht.

‘Je woont hier al lang?’ vroeg Charlotte snel. Ze wilde die donkere blik niet meer zien.

‘Vijf jaar ongeveer. Verhuisd voor werk. En jij?’

‘Hier geboren en getogen.’ Ze glimlachte. ‘Al zegt mijn zus dat ik te netjes praat om een echte Hagenees te zijn.’

‘Je zus woont hier ook?’

‘Ze komt met kerst.’ De woorden waren eruit voor ze er erg in had. ‘Sorry, ik weet dat je niet…’

‘Het is oké.’ Hij draaide zijn kopje rond tussen zijn handen. ‘Família is belangrijk met…’ Hij slikte het woord ‘kerst’ in. ‘Het is fijn dat ze komt.’

Charlotte boog zich wat voorover. ‘En jouw familie? Wonen die…’

‘Ik moet zo echt gaan.’ Hij keek op zijn horloge. ‘Nog een conference call met New York. Tijdsverschil, je kent het wel.’

Ze knikte, maar het voelde alsof er een luik was dichtgeslagen. De man die net nog grapjes maakte over havermelk was verdwenen, vervangen door de zakelijke versie die ze bij de Hertenkamp had gezien.

‘Natuurlijk.’ Ze pakte haar tas. ‘Ik moet ook…’

‘Maar dit was leuk.’ Hij stond al. ‘De chocolademelk was een succes?’

‘Ja.’ Ze aarzelde. ‘Je wordt nog niet verbannen uit de Haagse horeca.’

‘Gelukkig maar.’ Hij glimlachte, maar het bereikte zijn ogen niet. ‘Misschien… een andere keer nog eens?’

Charlotte knikte voordat ze er erg in had. ‘Misschien.’

Ze liepen samen naar buiten. De kerstboom glinsterde nog steeds, maar Diederik keek er niet naar. Bij de uitgang van De Passage aarzelde hij even.

‘Welke kant moet jij op?’

‘Die kant.’ Ze wees richting het centrum.

‘Ah. Ik moet de andere kant op. Dus eh… see you around?’

Voor ze kon antwoorden was hij al weg, zijn lange gestalte snel verdwijnend in de drukte van het winkelend publiek. Charlotte bleef even staan, turend in de richting waar hij was verdwenen.

Wat was er gebeurd? Het gesprek liep zo soepel, tot… ja, tot wat eigenlijk? Ze dacht aan zijn gezicht toen hij naar die kinderen bij de kerstboom keek. Wat had hij gezien dat hem zo raakte?

Een windvlaag trok aan haar jas. Ze huiverde en begon te lopen. Het werd tijd om naar huis te gaan. En om te stoppen met piekeren over een man die duidelijk zijn eigen problemen had.

Maar de smaak van hazelnoot en chocolade bleef nog lang hangen.


10

De hal van Den Haag Centraal was versierd met elegante kerststerren die hoog boven de reizigers zweefden. Charlotte keek op het bord: de trein uit Amsterdam had vijf minuten vertraging. Ze glimlachte – Emma was altijd stipt op tijd, maar de NS werkte zelden mee aan haar planning.

‘Lotte!’ Een bekende stem doorsneed het geroezemoes van het station. Emma kwam aansnellen, haar lange donkere haar dansend achter haar aan. In tegenstelling tot Charlotte, die de kastanjekleur van hun moeder had geërfd, had Emma de donkere lokken van hun vader.

De zussen omhelsden elkaar. ‘Je ziet er goed uit,’ zei Emma, haar zusje op armlengte houdend. ‘Anders, ook. Is er iets gebeurd?’

Charlotte zuchtte. Emma had altijd al de irritante gave gehad om direct door haar heen te kijken. ‘Er is niets gebeurd.’

‘Hm-mm.’ Emma pakte haar koffer. ‘Vertel het maar tijdens de koffie. Je favoriete koffieplek is hier toch vlakbij?’

‘De StationsHuiskamer is prima. Daar de trap op.’ Charlotte pakte de koffer over. ‘Maar er is echt niets…’

‘Je bloost al als ik suggereer dat er iets zou kunnen zijn.’ Emma grijnsde. ‘Kom op, waar is die koffie?’

Even later zaten ze aan een tafeltje met uitzicht over het station. Emma warmde haar handen aan haar cappuccino. ‘Oké, vertel. Wie is hij?’

‘Waarom denk je dat er een “hij” is?’

‘Omdat je die vraag niet ontkent.’ Emma leunde voorover. ‘En omdat je er stralender uitziet dan in tijden. Dus?’

Charlotte roerde in haar koffie. ‘Het is niet wat je denkt. Ik heb gewoon… iemand ontmoet. Een paar keer. Toevallig.’

‘Toevallig?’ Emma’s wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Hoe toevallig?’

Charlotte vertelde over de ontmoetingen – de Hertenkamp, De Bijenkorf, De Passage. Emma luisterde met groeiende interesse.

‘Dus hij is een soort mysterieuze zakenman met een geheim trauma rond kerst?’ vatte ze samen. ‘Klinkt als het plot van een van die kerstfilms die mama altijd kijkt.’

‘Het is geen film.’ Charlotte hoorde de verdedigende toon in haar stem. ‘En er is geen mysterie. Hij houdt gewoon niet van kerst.’

‘Niemand hóudt gewoon niet van kerst.’ Emma nipte van haar koffie. ‘En al helemaal niet iemand die stiekem warme chocolademelk met hazelnootsiroop drinkt.’

‘Hij heeft het niet eens besteld!’

‘Maar hij wilde het wel.’ Emma grinnikte. ‘Net zoals hij eigenlijk havermelk wilde. Klinkt als iemand die zich anders voordoet dan hij is.’ Ze keek haar zus onderzoekend aan. ‘En dat intrigeert je.’

‘Helemaal niet!’

‘Jawel. Anders zou je niet zo fel reageren.’ Emma’s stem werd zachter. ‘Het is oké, weet je. Om weer eens geïnteresseerd te zijn in iemand.’

Charlotte staarde naar haar koffie. ‘Na Stefan, bedoel je?’

‘Het is drie jaar geleden, Lotte.’

‘Ik weet het.’ Charlotte dacht aan Stefan, haar ex die had gevonden dat ze ’te intens’ was, te betrokken bij haar werk. Die had gezegd dat ze ‘wat luchtiger’ moest zijn. Alsof haar passie voor wat ze deed iets was om je voor te schamen.

‘Deze Diederik klinkt anders,’ zei Emma voorzichtig. ‘Hij luistert tenminste als je over je werk praat.’

‘Dat betekent nog niet…’

‘Nee, dat betekent nog helemaal niets.’ Emma stond op. ‘Kom, laten we naar jouw huis gaan. Dan kunnen we het hebben over belangrijker dingen.’

‘Zoals?’

‘Zoals waarom je me vorig jaar een theepakket gaf met de tekst “Voor als je wat minder koffie wilt drinken”.’ Emma’s ogen twinkelden. ‘Dat was trouwens niet gepast, zusje.’

Charlotte moest lachen. ‘Je dronk zoveel koffie dat je nachten wakker lag!’

‘Dat is nog steeds zo.’ Emma pakte haar koffer. ‘Maar dit jaar verwacht ik een wat minder bemoeizuchtig kerstcadeau.’

Ze liepen samen naar de uitgang. Buiten was het gaan sneeuwen, heel licht nog.

‘O kijk!’ Emma wees omhoog naar de dwarrelende vlokjes. ‘Het wordt een witte kerst!’

Charlotte knikte, maar ze dacht aan Diederiks gezicht toen hij naar die kinderen bij de kerstboom keek. Wat was zijn verhaal?

‘Je bent er weer niet bij met je gedachten,’ zei Emma zacht. ‘Kom, vertel me onderweg meer over die mysterieuze zakenman van je.’

‘Het is niet míjn…’

‘Nee, natuurlijk niet.’ Emma glimlachte. ‘Maar je zou willen dat hij het was.’


11

Het was geen toeval meer, bedacht Charlotte toen ze Diederik weer in De Passage zag.

‘Hou je van sushi?’ vroeg hij, na wat obligate opmerkingen over het weer.

‘Ja!’ Het klonk enthousiaster dan ze wilde.

‘Dan nodig ik je uit mee te lopen naar Momiji. Ken je dat restaurant?’

‘Wat dacht je?’ Ze lachte.

Samen met Diederik liep ze De Passage uit, richting de China Gate naast De Bijenkorf die de ingang van Chinatown markeerde.

‘Zie je deze draken?’ Diederik wees naar de gebeeldhouwde kolommen van de poort. ‘Die zijn met de hand uitgehakt in China. Het hele ontwerp is gebaseerd op eeuwenoude principes – zelfs de hoogte is bepaald volgens feng shui-regels.’

Charlotte keek opzij. Zijn ogen glansden van enthousiasme. Dit was een andere man dan de cynische zakenman die ze bij de Hertenkamp had ontmoet.

‘De dakconstructie bestaat uit meer dan duizend delen,’ vervolgde hij, omhoog wijzend. ‘En het bijzondere is: er zit geen spijker of lijm in. Het is als een gigantische driedimensionale puzzel.’

‘Je weet er veel van.’

‘Architectuur interesseert me.’ Hij glimlachte verlegen. ‘En dit zijn de eerste échte Chinese poorten in Europa. Best cool, toch?’

Ze liepen onder de poort door en staken het Rabbijn Maarsenplein over. Bij een grote gouden gelukskat stonden toeristen foto’s te maken.

‘Tja.’ Diederiks stem klonk ineens scherper. ‘Dat is weer zo’n tourist trap. Niet bepaald authentiek.’

Charlotte voelde haar maag samentrekken. Daar was weer die toon.


12

In Momiji was het rustig. Ze kregen een tafeltje bij het raam, met uitzicht op het plein en de gelukskat. De ober reikte hun de menukaarten aan.

‘Ik vind de dragon roll hier geweldig,’ zei Diederik. Tot haar verbazing was zijn stem weer warm. ‘Past ook mooi bij die draken in de poort. In de Chinese cultuur staat de draak voor kracht en voorspoed – fascinerend hoe zo’n symbool overal terugkomt.’

Charlotte ontspande iets. Misschien had ze zich zijn toon bij de gelukskat verbeeld. ‘Ik ben onder de indruk van je kennis van…’

‘Het is hier tenminste nog authentiek,’ onderbrak hij haar. ‘Geen opgeplakte commerciële…’ Hij stopte abrupt.

‘Wat bedoel je?’

‘Nou ja.’ Hij gebaarde vaag. ‘Al die nepgezelligheid overal. Die geforceerde kerstsfeer die ze je door de strot duwen. Hier voel je tenminste nog échte cultuur.’

Charlotte verstijfde. ‘Nepgezelligheid?’

‘Je weet wel wat ik bedoel. Al die commerciële…’

‘Nee.’ Haar stem trilde. ‘Ik weet niet wat je bedoelt. “Nepgezelligheid”?’

Hij keek haar verward aan. ‘Dat is toch heel iets anders dan…’

‘Dan wat? Draken in een poort?’ Ze schoof haar stoel naar achteren. ‘Waarom is de ene traditie meer waard dan de andere?’

‘Charlotte…’

‘Ik moet gaan.’ Ze stond op. Haar handen trilden. ‘Ik… Dit werkt niet.’

‘Maar we hebben nog niet eens…’

‘Precies.’ Ze pakte haar tas. ‘We hebben nog niet eens besteld. Dus…’

Ze maakte haar zin niet af en liep met grote passen naar buiten. Ze wilde naar de Hertenkamp, daar waar ze altijd rust vond, en sloeg een hoek om.

De aanblik van het Plein deed haar verstijven. Overal stonden bouwhekken. Een enkele kerstboom stond er verloren bij, alleen wat simpele lichtjes in de takken, geen enkele versiering. Langs de rand waren de cafés gezellig verlicht, maar het plein zelf was kaal, kil, verlaten.

Charlotte bleef staan. Het was zo ironisch dat het bijna pijn deed – die kale boom voor de hekken weerspiegelde precies hoe ze zich voelde. Vol potentie voor warmte en sfeer, maar op dit moment koud en alleen.

De kou drong door haar jas heen. Charlotte huiverde, maar ze bleef staan voor de bouwhekken. Het geluid van pratende mensen op de terrassen leek ver weg. Hier, in het midden van het Plein, was het alsof ze in een andere wereld stond – een wereld even kaal en leeg als die onversierde kerstboom.

Ze had eigenlijk door moeten lopen naar de Hertenkamp. Daar zou ze rust vinden, zoals altijd. Maar ze kon zich niet losmaken van deze plek. De troosteloosheid paste te perfect bij haar stemming.

Voetstappen op de bestrating. Ze draaide zich niet om. Het zou een van de vele toeristen zijn die, ondanks de bouwwerkzaamheden, toch een foto wilde maken van het historische plein.

‘Charlotte?’

Zijn stem. Ze sloot haar ogen.

‘Alsjeblieft.’ De voetstappen kwamen dichterbij. ‘Kijk me aan?’

Ze draaide zich langzaam om. Diederik stond een paar meter van haar vandaan, zijn adem zichtbaar in de koude lucht. In zijn handen hield hij een bos bloemen – rode en witte rozen.

‘Het spijt me,’ zei hij zacht. ‘Ik… ik was een idioot.’

‘Waarom?’ Het kwam er scherper uit dan ze wilde. ‘Omdat je eerlijk zei wat je denkt over…’

‘Nee.’ Hij deed een stap dichterbij. ‘Omdat ik deed alsof ik weet waar het over gaat. Terwijl ik…’ Hij stopte, keek naar de bloemen in zijn handen alsof hij ze nu pas opmerkte.

Charlotte wachtte. Een windvlaag rukte aan de kale takken van de kerstboom.

‘Ik snap wel waarom je hier staat,’ zei hij uiteindelijk. ‘Het past bij… bij hoe het voelt.’

Ze keek hem aan. Er was iets in zijn stem dat ze nog niet eerder had gehoord. Kwetsbaarheid?

‘Kerst is…’ Weer stopte hij. ‘Het is niet dat ik niet begrijp wat je probeert te doen met je werk. Het creëren van warmte, van…’ Hij gebaarde hulpeloos met de bloemen. ‘Het is gewoon… voor mij… het is te…’

‘Te wat?’

‘Te pijnlijk.’ Het laatste woord was nauwelijks hoorbaar.

Charlotte voelde haar boosheid wegsmelten. ‘Wat is er gebeurd?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Niet nu. Niet hier. Maar…’ Hij stak de bloemen uit. ‘Mag ik het je vertellen? Een andere keer?’

Ze keek naar de bloemen. Rode en witte rozen. Warm en koud. Net als hij.

‘Bij Hop & Stork misschien?’ vervolgde hij. ‘Of is het daar ook te…’

‘Commercieel?’ Een klein glimlachje speelde om haar lippen.

‘Sorry.’ Hij glimlachte verlegen terug. ‘Ik beloof dat ik nooit meer…’

‘Dat kun je niet beloven.’ Ze pakte de bloemen aan. ‘Maar je kunt wel beloven eerlijk te zijn. Over waarom je zo…’

‘Dat beloof ik.’ Hij keek naar de kale takken van de kerstboom. ‘En misschien… misschien kun jij me dan leren hoe je zo’n boom mooi versiert?’

Nu moest ze echt glimlachen. ‘Eerst maar eens koffie.’

‘Of warme chocolademelk?’

‘Met hazelnootsiroop?’

‘Als jij het niemand vertelt.’


13

De Passage was drukker vandaag. Mensen liepen af en aan met tassen vol inkopen, en Charlotte voelde zich bijna schuldig dat ze met een bos bloemen liep in plaats van kerstcadeaus.

Bij Hop & Stork vonden ze een rustig tafeltje in een hoek. Charlotte legde de bloemen voorzichtig op een vrije stoel – ze waren te mooi om op de grond te zetten.

‘Warme chocolademelk met hazelnoot?’ vroeg Diederik.

Ze knikte. ‘Jij ook?’

‘Ik eh…’ Hij aarzelde even. ‘Ik neem denk ik de witte variant.’

‘Witte chocolademelk?’ Ze keek hem verbaasd aan. ‘Dat is niet eens échte chocolade. Geen cacao.’

‘Nee.’ Hij draaide verlegen met zijn voet. ‘Maar soms… soms is iets anders dan het traditionele ook goed.’

‘Zegt de man die net nog over authenticiteit begon.’ Maar ze glimlachte terwijl ze het zei.

‘Ik haal het wel even.’ Hij liep naar de counter voordat ze nog meer kon zeggen.

Charlotte keek hem na terwijl hij bestelde. Zijn schouders hingen wat naar voren, alsof er een gewicht op rustte dat hij al te lang droeg.

Hij kwam terug met twee grote mokken.

Charlotte wachtte terwijl ze nipte van haar chocolademelk. Hij zou het haar vertellen als hij er klaar voor was.

‘Twee jaar geleden,’ begon hij plotseling, naar zijn mok starend, ‘zouden mijn ouders met kerst bij me komen eten. Ik had net mijn appartement gekocht, eerste eigen huis, je kent het wel. Wilde indruk maken. Had zelfs…’ Hij lachte schor. ‘Had zelfs zo’n enorme kerstboom gekocht. Net als die in De Bijenkorf.’

Charlottes hart kromp samen. Ze wist waar dit verhaal naartoe ging.

‘Het sneeuwde die avond. Dat weet ik nog goed. Ik stond maar naar buiten te kijken, naar die vallende vlokken. Dacht nog hoe perfect het was, sneeuw met kerst.’

Hij zweeg even.

‘Ze zijn nooit aangekomen,’ zei hij toen zacht. ‘Ergens tussen Amsterdam en Den Haag… Een vrachtwagen die in een slip raakte…’

‘O, Diederik.’ Ze legde haar hand op de zijne.

‘Dus nu…’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Al die kerstversiering, die gezelligheid… Het voelt als een leugen. Als een commerciële truc om…’ Hij stopte. ‘Sorry. Daar ga ik weer.’

‘Het is oké.’ Ze kneep zacht in zijn hand. ‘Ik snap het.’

‘Echt?’ Hij keek haar voor het eerst aan. ‘Want ik snap mezelf meestal niet. De ene dag kan ik er wel tegen, de andere dag…’ Hij gebaarde hulpeloos. ‘Zoals vandaag bij die gelukskat. Eerst was ik nog enthousiast over die poort, over cultuur en traditie, en toen ineens…’

‘Werd het te veel.’

Hij knikte. ‘En toen zei ik die stomme dingen over commercie en nepgezelligheid, terwijl ik eigenlijk…’ Hij zuchtte. ‘Ik mis ze zo verschrikkelijk met kerst.’

‘Natuurlijk mis je ze.’ Ze dacht aan de kale kerstboom op het Plein. Soms was het makkelijker om cynisch te zijn dan om je kwetsbaar op te stellen.

‘Weet je wat het ergste is?’ Hij nam een slok van zijn chocolademelk. ‘Stom eigenlijk, maar… die kerstboom die ik toen had gekocht… ik heb ‘m nooit versierd. Hij stond daar maar, kaal. Net als die boom op het Plein nu.’

‘Net als die boom die ik je mag leren versieren?’ Ze glimlachte warm.

Hij keek haar aan, even stil. ‘Je wilt dat echt doen?’

‘Natuurlijk.’ Ze tilde haar mok op. ‘Al drink je wel witte chocolademelk. Dat is eigenlijk onvergeeflijk.’

‘Daar gaan we weer.’ Maar zijn ogen twinkelden. ‘Zeg maar niks tegen mijn business partners op de Zuidas.’

‘Je geheim is veilig bij mij.’ Ze keek naar de bloemen op de stoel. ‘Net als dat je stiekem een romanticus bent.’

‘Ik? Welnee.’ Hij probeerde er luchtig uit te zien. ‘Ik liep langs Henkie’s Hoekie en toen dacht ik…’

‘Diederik?’

‘Ja?’

‘Je bent een slechte leugenaar.’


14

‘Wat zit er in je hoofd?’ Emma zat met haar benen onder zich gevouwen op Charlottes bank. ‘Je bent al de hele avond zo stil.’

Charlotte keek op van haar mok thee. Was ze stil? Ze had toch gewoon meegepraat over Emma’s werk, over mama’s kerstplannen, over…

‘En dat is de derde keer dat je naar die bos rozen staart.’

Charlotte voelde zich betrapt. De bloemen stonden in een vaas op de vensterbank, rood en wit gemengd. ‘Ik keek helemaal niet…’

‘Natuurlijk niet.’ Emma schoof dichter naar haar toe. ‘Net zoals je helemaal niet aan die mysterieuze zakenman denkt.’

‘Hij is niet mysterieus.’

‘O?’ Emma’s wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Vertel.’

Charlotte zuchtte. Het had geen zin om het voor Emma te verbergen – haar zus las haar als een open boek. ‘We hebben vanmiddag gepraat. Echt gepraat.’

Charlotte vertelde over de lunch die geen lunch werd, over het Plein, over Hop & Stork. Over Diederiks verhaal.

Emma luisterde zonder te onderbreken. Pas toen Charlotte klaar was, zei ze zacht: ‘Geen wonder dat hij moeite heeft met kerst.’

‘Ik voelde me zo schuldig,’ bekende Charlotte. ‘Al die tijd dat ik hem veroordeelde omdat hij…’

‘Hé.’ Emma pakte haar hand. ‘Je kón het niet weten. En zodra je het wel wist, was je er voor hem.’

‘Maar wat moet ik nu? Hij is zo…’ Charlotte zocht naar de juiste woorden. ‘Het ene moment is hij die afstandelijke zakenman, en dan ineens…’

‘Is hij menselijk?’

‘Vandaag bij Hop & Stork… hij bestelde witte chocolademelk, Emma. Met hazelnootsiroop.’

‘De schurk.’ Emma grinnikte. ‘Typisch jij, om dat detail te onthouden.’

‘Dat bedoel ik niet. Het is gewoon… hij doet zo zijn best om die zakelijke façade op te houden, maar dan…’

‘Laat hij zijn zachte kant zien?’ Emma stond op en liep naar het raam. ‘Net als met die bloemen. Die zijn trouwens prachtig.’

‘Henkie’s Hoekie.’

‘Natuurlijk.’ Emma draaide zich om. ‘Weet je wat ik denk?’

‘Jij denkt altijd wat.’

‘Ik denk dat je bang bent.’

‘Bang?’ Charlotte ging rechtop zitten. ‘Waarom zou ik bang zijn?’

‘Omdat je hem begint te mogen. Omdat je hem wilt helpen. Omdat…’ Emma aarzelde even. ‘Omdat je niet weet of je dat wel kunt.’

Charlotte staarde naar haar thee. ‘Hij heeft het zo moeilijk met kerst. Dat kan ik toch niet…’

‘Wat? Oplossen?’ Emma kwam weer naast haar zitten. ‘Dat hoeft ook niet. Maar je kunt wel…’

‘Wat?’

‘Hem laten zien dat hij niet alleen hoeft te zijn. Met kerst.’

Charlotte keek op. ‘Je bedoelt…’

‘Waarom niet?’ Emma pakte ook haar theemok weer. ‘Mama vindt het vast geweldig. Je weet hoe ze is – hoe meer zielen…’

‘Maar hij kent niemand, en…’

‘Des te beter.’ Emma nipte van haar thee. ‘Dan hoeft hij zich niet groot te houden. Kan hij gewoon zijn wie hij is. Met zijn verdriet én…’ Ze wees naar de bloemen. ‘Met zijn romantische inborst.’

‘Emma!’

‘Wat? Ik zeg alleen maar wat jij ook al weet.’ Ze zette haar mok neer. ‘Sterker nog, volgens mij weet je al precies wat je wilt doen. Ik durf te wedden dat jullie inmiddels nummers hebben uitgewisseld.’

Charlotte knikte, terwijl ze dacht aan de kale kerstboom op het Plein, aan zijn belofte om eerlijk te zijn, aan haar aanbod om hem te leren hoe je een boom versiert. Zou ze hem een berichtje durven sturen?

‘Maar stel dat hij niet wil?’

‘Dan weet je dat ook.’ Emma stond op. ‘Maar volgens mij… O, kijk nou, het sneeuwt!’

Charlotte liep naar het raam. Kleine vlokjes dwarrelden naar beneden in het licht van de lantaarns.

‘Zie je wel?’ Emma sloeg een arm om haar heen. ‘Het universum geeft je een teken.’

‘Je bent onverbeterlijk.’

‘Ik ben geweldig.’ Emma kneep in haar schouder. ‘En nu ga ik douchen en naar bed. Die treinreis zit nog in mijn lijf.’

Toen Emma weg was, bleef Charlotte naar de sneeuw staren. Haar zus had gelijk – ze wist inderdaad al wat ze wilde doen. Maar was het niet te vroeg? Te ambitieus?

De sneeuwvlokken bleven vallen, steeds dichter nu. Net als twee jaar geleden, dacht ze. Maar dit keer hoefde hij niet alleen te zijn.


15

De sneeuw van gisteravond was blijven liggen. Charlottes hakken maakten kleine afdrukken in het dunne laagje wit dat de stoep van de Grote Marktstraat bedekte. Ze had Diederik inderdaad een berichtje gestuurd – zou hij er zijn?

Bij de China Gate zag ze hem al staan, zijn lange gestalte leunend tegen een van de stenen kolommen. Geen telefoongesprek dit keer.

‘Hoi.’ Hij rechtte zijn rug toen ze dichterbij kwam. ‘Ik eh… ik was bang dat je je had bedacht en toch niet zou komen.’

‘Waarom niet?’

‘Na gisteren…’ Hij stopte. ‘Ik praatte maar door over…’

‘Over je ouders?’ Ze glimlachte naar hem. ‘Dat was juist goed.’

Hij knikte, maar ze zag de spanning in zijn schouders. ‘Zullen we een stukje lopen?’

Ze liepen zwijgend onder de poort door. De draken keken op hen neer, hun stenen ogen wijs en eeuwenoud.

‘Ik wilde je iets vragen,’ zei Charlotte toen ze het Rabbijn Maarsenplein overstaken. De gelukskat stond er nog steeds, zijn gouden vacht glanzend in het winterse zonlicht.

‘Dat klinkt serieus.’

‘Dat is het ook.’ Ze bleef staan. ‘Kijk, ik weet dat het misschien een gek idee is, en als je niet wilt snap ik dat helemaal, maar…’

‘Charlotte.’ Hij draaide zich naar haar toe. ‘Je maakt me nerveus.’

Ze haalde diep adem. ‘Wil je met kerst bij ons komen?’

‘Oh.’ Hij verstijfde.

‘Je hoeft niet…’

‘Bij jullie?’

‘Bij mij thuis. Met mijn familie.’ De woorden kwamen er nu sneller uit. ‘Emma is er, en mijn ouders komen, en het wordt vast een beetje chaotisch, maar…’

‘Charlotte…’

‘Je kent nog niemand, ik weet het, maar dat is juist fijn, dan…’

‘Charlotte.’ Hij legde zijn hand op haar arm. ‘Stop even.’

Ze zweeg, haar hart bonzend in haar keel.

‘Je vraagt me…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Je vraagt me om kerst te vieren?’

‘Niet alleen.’ Ze keek hem aan. ‘Met ons. Met mij.’

Hij staarde naar de sneeuw bij zijn voeten. ‘Ik weet niet of ik…’

‘Je hoeft niet vrolijk te zijn,’ zei ze zacht. ‘Je mag verdrietig zijn, of boos, of…’

‘Of cynisch over commerciële kerstversiering?’

‘Nou, dát hoeft nou ook weer niet.’ Ze moest glimlachen om zijn poging tot humor.

Hij keek op. Er glinsterde iets in zijn ogen. ‘Je familie weet…’

‘Emma wel.’ Ze aarzelde. ‘Als je niet wilt…’

‘Nee!’ Hij leek te schrikken van zijn luide toon. ‘Ik bedoel… het is een lief aanbod. Maar zijn jullie niet bang dat ik de sfeer…’

‘Je kunt de sfeer niet verpesten.’ Ze pakte zijn hand. ‘Dat is het mooie van kerst. Van échte kerst, niet die commerciële onzin waar jij het over had. Het gaat om samen zijn. Ook als het moeilijk is.’

Hij keek naar hun handen, zijn vingers warm om de hare. ‘Weet je heel zeker dat…’

‘Ja.’

‘Je weet niet eens wat ik wilde vragen.’

‘Maakt niet uit.’ Ze kneep zacht in zijn hand. ‘Het antwoord is ja.’

Hij was even stil. Toen: ‘Oké dan.’

‘Oké dan?’

‘Ja.’ Hij glimlachte waterig. ‘Als je belooft…’

‘Wat?’

‘Als je belooft dat er witte chocolademelk is.’

Nu moest ze lachen. ‘Dat kan geregeld worden. Al is het geen échte…’

‘Geen échte chocolade, ik weet het.’ Hij trok haar zacht mee. ‘Kom, laten we een stuk lopen. Ik moet je nog vertellen over de Chinese karakters op de stoeptegels hier.’

Charlotte liet zich meetrekken, haar hand nog steeds in de zijne. De gelukskat knipoogde haar na.


16

Charlotte was er eerder dan Diederik. De Theresiastraat zag er feestelijk uit, met kerstverlichting die als een sterrenhemel boven de straat hing. Bij de met hekken afgezette plek stonden al wat mensen tussen de kerstbomen te zoeken. De geur van dennenhars vermengde zich met die van versgebakken oliebollen van een kraam verderop.

Ze zag hem aankomen, nog steeds in pak maar zonder stropdas. Even bleef hij staan bij een enorme verlichte ijsbeer.

‘Dát,’ zei hij toen hij bij haar kwam, ‘is dus precies wat ik bedoelde met commerciële…’ Hij stopte. ‘Sorry. Oude gewoonte.’

‘Je mag best cynisch zijn over een nepbeer met een gat in zijn gezicht.’

‘Het is wel een heel groot gat.’ Hij grijnsde. ‘Denk je dat ik…’

‘Nee!’ Maar ze pakte al haar telefoon. ‘Of nou ja, misschien…’

Vijf minuten en drie pogingen later had ze een foto waarop een zeer formeel kijkende Diederik uit de ijsbeer tevoorschijn kwam, compleet met rode kerstmuts.

‘Als dit ooit op kantoor belandt…’ dreigde hij.

‘Je geheim is veilig bij mij. Net als je voorliefde voor witte chocolademelk.’

Hij schudde zijn hoofd, maar ze zag hem glimlachen. Toen draaide hij zich om naar de kerstbomen en zijn gezicht werd ernstiger.

‘Klaar?’ vroeg ze zacht.

Hij knikte. ‘Vreemd. Die geur…’

‘Dennenhars?’

‘Toen ik klein was, ging ik altijd met mijn vader een boom uitzoeken. Hij zei altijd dat je aan de geur kon ruiken of het een goede was.’ Hij zweeg even. ‘Stom dat ik dat vergeten was.’

Charlotte pakte zijn hand en trok hem mee tussen de bomen. ‘Kom. Dan gaan we ruiken welke de beste is.’

Het duurde even voor ze de juiste vonden. Niet te groot – zijn appartement had geen heel hoog plafond. Niet te vol – er moest ruimte zijn voor de versieringen die ze nog moesten kopen. Maar vooral: hij moest goed ruiken.

‘Deze.’ Diederik stond bij een boom die net iets kleiner was dan hijzelf. ‘Hij ruikt…’ Hij keek haar aan. ‘Hij ruikt zoals vroeger.’

Ze betaalden en tilden samen de boom op. Het was een grappig gezicht, zij voorop en hij achter, de boom deinend op het ritme van hun passen.

‘Linksaf hier,’ dirigeerde hij toen ze bij een zijstraat kwamen.

‘Weet je zeker dat je dit wilt?’ vroeg ze, terwijl ze de boom een klein beetje optilde om over een stoeprand te komen.

‘Een kerstboom in huis nemen?’

‘Hem versieren.’

Hij was even stil. Toen: ‘Ik denk dat het tijd wordt.’

‘Mooi.’ Ze hielden stil voor een verkeerslicht. ‘Want ik heb zo het vermoeden dat je geen enkele versiering in huis hebt.’

‘Klopt.’

‘Dan moeten we morgen maar…’

‘Nee.’ Hij klonk vastbesloten. ‘Vandaag nog. Voor ik me bedenk.’

Het licht sprong op groen. Ze staken over, de boom nog steeds tussen hen in.

‘Oké dan,’ zei ze. ‘Vandaag nog. Maar eerst deze boom naar boven krijgen.’

‘Derde verdieping.’

‘Wat?’

‘Sorry.’ Nu hoorde ze hem grinniken. ‘Maar hey, zie het als een test. Als we dit samen kunnen, kunnen we alles aan.’

Ze wilde hem waarschuwend aankijken, maar dat ging niet met een kerstboom tussen hen in. ‘Als je maar niet denkt dat ik hem in mijn eentje ga dragen terwijl jij…’

‘Zou ik nooit doen.’ Hij klonk quasi-beledigd. ‘Ik ben dan wel een Zuidas-type in jouw ogen, maar ik heb nog wel enige beschaving.’

‘Dat moet nog maar blijken, mijnheer-ik-drink-witte-chocolademelk.’

Hun gelach trok de aandacht van voorbijgangers, maar voor het eerst leek het Diederik niet te deren wat anderen van hem dachten.

‘Geen lift?’ Charlotte keek omhoog in het trappenhuis.

‘Authentiek jaren ’30 pand.’ Diederik klonk verontschuldigend. ‘Volgens de makelaar was dat een pluspunt.’

‘Hm-mm.’ Ze verschoof haar grip op de boom. ‘En wat vind je daar nu van?’

‘Op dit specifieke moment? Of wil je een genuanceerd antwoord?’

Ze moest lachen, maar dat ging over in een kreun toen ze de eerste trap op begonnen te sjouwen. De boom was zwaarder dan hij eruitzag.

‘Alles oké?’ Diederiks stem klonk ook al wat ademloos.

‘Prima. Maar als je nog één keer zegt dat het maar drie verdiepingen zijn…’

‘Twee en een half nog maar.’

‘Diederik!’

‘Sorry.’ Hij klonk allerminst berouwvol. ‘Wacht, hier komt een draai.’

Charlotte voelde dennennaalden in haar nek prikken terwijl ze de boom om de hoek manoeuvreerden. Een tak bleef achter het trapleuning haken.

‘Au!’ Nu was het Diederik die kreunde. ‘Volgens mij zit er een tak in mijn…’

‘Niet zeuren.’ Ze trok aan de boom. ‘Je wilde per se vandaag nog…’

‘Ja, ja.’ Hij zweeg even. Dan: ‘Charlotte?’

‘Wat nu weer?’

‘Dank je wel.’

Ze stond even stil. ‘Voor wat?’

‘Voor… dit.’ Ze hoorde hem zachtjes lachen. ‘Voor het feit dat je hier met mij een kerstboom staat te hijsen, terwijl we ook gewoon…’

‘Gewoon wat?’

‘Ik weet niet. Koffie hadden kunnen drinken?’

‘Je bedoelt witte chocolademelk?’

‘Daar gaan we weer.’

Ze hervatten hun klim, tree voor tree. Op de tweede verdieping kwam een oudere dame haar deur uit, die verbaasd naar het tafereel keek.

‘Goedemiddag, mevrouw Veenstra.’ Diederik klonk volkomen kalm, alsof hij dagelijks kerstbomen de trap op zeulde.

‘Diederik?’ De dame zette haar bril op. ‘Krijgen we dit jaar…’

‘Een kerstboom, ja.’ Nu klonk er iets van verlegenheid in zijn stem. ‘Charlotte helpt me met…’

‘O!’ Het gezicht van mevrouw Veenstra klaarde op. ‘Dus dít is Charlotte!’

Charlotte voelde dat ze bloosde. Had hij over haar gepraat met zijn buren?

‘Eh, ja.’ Diederik klonk nu ronduit ongemakkelijk. ‘We moeten eigenlijk…’

‘Natuurlijk, natuurlijk.’ Mevrouw Veenstra stapte opzij. ‘Ga maar gauw door. Maar Charlotte?’ Ze boog zich tussen de dennentakken door naar Charlotte toe en fluisterde: ‘Ik ben blij dat er eindelijk weer wat leven in de brouwerij komt hier.’

Toen ze eindelijk op de derde verdieping waren, durfde Charlotte pas iets te zeggen. ‘Dus eh… je vertelt je buren over mij?’

‘Mevrouw Veenstra is nogal… opmerkzaam.’ Hij pakte zijn sleutels. ‘Ze vond dat ik alleen maar werkte. Dat het tijd werd dat er…’

‘Leven in de brouwerij kwam?’

‘Zoiets.’ Hij duwde de deur open. ‘Welkom in mijn…’

Hij maakte zijn zin niet af. De boom vulde de hal, takken overal.

‘Misschien moeten we hem eerst…’ begon Charlotte.

‘Ja.’ Hij klonk opgelucht dat ze het onderwerp liet vallen. ‘Waar denk je dat…’

‘Eerst even kijken.’ Ze werkten de boom door de deur en leunden hem tegen de muur. ‘Laat eens zien waar je hem wilt hebben.’

Charlotte keek om zich heen terwijl Diederik de boom vasthield. Het appartement was precies zoals ze had verwacht én totaal anders. De moderne meubels waren strak en zakelijk – een grote grijze hoekbank, glazen salontafel, minimalistische zwarte eethoek. Maar aan de muur hing een kleurrijke abstracte afbeelding die totaal niet paste bij dat zakelijke imago, en op de vensterbank stond een verzameling… waren dat theekopjes?

‘Van mijn moeder,’ zei hij, haar blik volgend. ‘Ze verzamelde ze.’

‘Ze zijn prachtig.’

‘Ik eh… ik kon ze niet wegdoen.’

Charlotte liep naar de vensterbank. Elk kopje was anders – sommige elegant en klassiek, andere juist vrolijk en speels. Een enkele zelfs een beetje kitscherig, met gouden randjes en roze bloemetjes.

‘Deze was haar favoriet.’ Diederik was naast haar komen staan, de boom even vergetend. Hij wees naar een kobaltblauw kopje. ‘Ze zei altijd dat thee uit een mooi kopje beter smaakte.’

‘Had ze gelijk?’

‘Geen idee.’ Hij glimlachte verlegen. ‘Ik drink alleen koffie. Of nou ja…’

‘Witte chocolademelk?’

‘Daar gaan we weer.’ Maar zijn stem klonk warm.

Charlotte draaide zich om en bestudeerde de kamer. ‘Ik denk dat de boom daar moet.’ Ze wees naar een hoek bij het raam. ‘Dan zie je hem vanaf de bank, maar ook als je binnenkomt.’

‘Daar stond hij toen ook.’

Ze keek hem aan.

‘Twee jaar geleden,’ verduidelijkte hij. ‘Precies op die plek.’

‘We kunnen ook…’

‘Nee.’ Hij pakte de boom weer op. ‘Het is juist goed. Nieuwe herinneringen, toch?’

Samen sjouwden ze de boom naar de hoek. Charlotte had gelijk – het was de perfecte plek. De takken spreidden zich uit tegen de witte muur, en door het raam viel het late middaglicht precies op de plek waar straks de piek zou komen. Als ze tenminste versieringen zouden vinden op dit tijdstip.

‘Ik ken een winkel,’ zei ze, ‘maar dan moeten we nu wel gaan.’

Hij knikte, maar bleef naar de boom staren.

‘Het komt goed,’ zei ze zacht.

‘Dat zei mijn moeder ook altijd.’ Hij glimlachte waterig. ‘Als ik bang was dat de Kerstman onze schoorsteen te klein zou vinden.’

Charlotte pakte zijn hand. ‘Kom. Anders vinden we geen mooie piek meer.’

Bij de deur draaide hij zich nog één keer om. De kale boom stond er wat verloren bij, maar het late zonlicht toverde al een gouden glans op de naalden.

‘Volgend jaar,’ hoorde ze hem mompelen, ‘koop ik een grotere.’


17

‘Hier moet het ergens zijn.’ Charlotte tuurde naar de winkelpuien in de straat. ‘Ah, daar!’

De etalage van de kleine winkel was overladen met kerstversiering. Tussen de kunstsneeuw stonden miniatuur kerstdorpjes, glitterden glazen ballen in alle kleuren van de regenboog, en knipperden eindeloze slierten lichtjes.

‘Dat is eh…’ Diederik bleef aarzelend staan. ‘Nogal veel.’

‘Vertrouw me.’ Ze pakte zijn arm en trok hem mee naar binnen. Een belletje rinkelde toen ze de deur openden.

Binnen was het nog indrukwekkender. Langs de wanden stonden stellages vol kerstversiering, en aan het plafond hingen tientallen verschillende pieken. De geur van kaneel en dennengroen dreef hen tegemoet.

‘Overwhelming?’ plaagde ze.

‘Een beetje.’ Hij keek omhoog naar een kristallen piek die het licht in regenboogkleuren weerkaatste. ‘Waar beginnen we?’

‘Eerst de basis. Wat voor kleur wil je?’

‘Kleur?’

‘Van de ballen.’ Ze wees naar een wand met glazen kerstballen. ‘Klassiek rood? Modern zilver? Of…’

‘Blauw.’ Het kwam er sneller uit dan hij ogenschijnlijk wilde. ‘Sorry, ik…’

‘Als het kopje van je moeder?’

Hij knikte. ‘Is dat raar?’

‘Helemaal niet.’ Ze liep naar een display met diepblauwe ballen. ‘Kijk, deze hebben precies die kleur. En als we er wat zilveren bij doen…’

‘Dan lijkt het net…’

‘Sterren in een nachthemel,’ maakten ze samen af.

Ze grinnikten, tot een oudere verkoper hen onderbrak. ‘Kan ik u helpen?’

‘We zoeken alles,’ zei Charlotte. ‘Het is zijn eerste…’ Ze stopte toen ze Diederiks gezicht zag.

‘Eerste keer in onze winkel?’ vulde de man vriendelijk aan. ‘Dan moet u ook onze nieuwe collectie zien. Net binnen.’

Hij verdween tussen de stellages en kwam terug met een doos. ‘Handgeblazen, uit Tsjechië.’ Hij haalde er voorzichtig een bal uit – diepblauw met kleine zilveren sterretjes erin verwerkt.

Charlotte hoorde Diederik naar adem happen.

‘Die is…’ Hij keek haar aan. ‘Die is perfect.’


18

Een half uur later stonden ze weer buiten, beladen met tassen. Blauwe en zilveren ballen, delicate glazen sterren, een streng warm-witte lampjes, en natuurlijk die ene speciale bal. En een piek die, zoals Charlotte zei, ‘net genoeg glinsterde zonder over de top te zijn.’

‘Denk je dat het genoeg is?’ Diederik klonk bezorgd.

‘Meer dan genoeg.’ Ze keek opzij naar hem. ‘En anders komen we morgen terug.’

‘Morgen?’ Hij glimlachte. ‘Je bent wel heel zeker van je zaak.’

‘Natuurlijk. Die boom gaan we niet half versieren.’

‘Zoals jij nooit half werk levert.’ Het klonk peinzend.

‘Wat bedoel je?’

‘O, niets.’ Maar er glinsterde iets in zijn ogen dat ze niet kon plaatsen. ‘Zullen we beginnen? Voor het donker is?’

Ze knikte, maar bleef zich afvragen wat hij had bedoeld. Het klonk bijna alsof… Maar nee, dat kon niet.


19

‘Eerst de lampjes.’ Charlotte pakte de streng uit de tas. ‘Die moeten er als eerste in, anders…’

‘Wordt het een rommeltje?’ Hij probeerde haar stem te imiteren.

‘Precies.’ Ze gaf hem een por. ‘En niet zo brutaal, anders krijg je de handleiding niet.’

‘Er is een handleiding voor het versieren van een kerstboom?’

”Nee, maar ik ben er.’ Ze draaide zich naar hem om. ‘Of dacht je dat ik voor niets interieurstylist was?’

Even flitste er iets over zijn gezicht – dezelfde uitdrukking als daarnet in de winkel. Maar voor ze er iets van kon zeggen, had hij de lampjes al uit haar handen gepakt.

‘Oké, coach. Vertel maar waar ze moeten.’

Het duurde even voor de lampjes precies goed hingen – niet te strak, niet te los, en vooral gelijkmatig verdeeld. Charlotte merkte dat Diederik steeds vaker naar haar keek als ze aanwijzingen gaf, en niet alleen naar de boom.

‘Nu de ballen.’ Ze pakte de doos met de speciale blauwe bal als eerste. ‘Deze moet op een bijzondere plek.’

‘Vooraan?’

‘Nee.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Iets meer naar achteren, waar het licht er precies op valt. Dan lijkt het of die sterretjes van binnenuit gloeien.’

Hij pakte de bal voorzichtig aan. Hun vingers raakten elkaar even.

‘Zoals daar?’ Hij wees naar een plek halverwege de boom.

‘Perfect.’

Ze werkten in stilte verder. Charlotte reikte hem de ballen aan, één voor één, en Diederik hing ze op. Soms moest ze hem corrigeren – ‘Niet te dicht bij elkaar’ of ‘Daar hangt al een zilveren’ – maar meestal wist hij precies wat ze bedoelde.

De schemering viel in terwijl ze bezig waren. Diederik deed geen groot licht aan, alleen een kleine schemerlamp. Het warme schijnsel van de kerstlichtjes vulde de kamer.

‘Nog één.’ Charlotte hield de piek omhoog.

‘Wil jij…?’

Ze schudde haar hoofd. ‘Het is jouw boom.’

Hij pakte de piek aan en reikte omhoog. Even leek het of zijn hand trilde, toen plaatste hij de piek boven in de boom. De piek glinsterde in het licht van de kerstlampjes. Kleine lichtjes dansten over de muur.

‘Het is…’ Hij slikte. ‘Het is precies zoals toen. Maar anders.’

Ze wist niet wat ze moest zeggen, dus pakte ze alleen zijn hand.

‘Dank je wel.’ Hij kneep zacht in haar vingers. ‘Voor… dit.’

Ze stonden daar een tijdje, hand in hand, kijkend naar hun werk. De blauwe ballen leken inderdaad op een sterrenhemel, met die ene speciale bal die zacht gloeide in het getemperde licht.

‘Ik moet gaan,’ zei ze uiteindelijk zacht.

‘Ja.’ Maar hij liet haar hand niet los.

‘Diederik?’

‘Hmm?’

‘Je moet me loslaten als je wilt dat ik naar huis ga.’

‘O.’ Nu liet hij haar hand wel los, bijna schuldig. ‘Sorry, ik…’

‘Het is oké.’ Ze pakte haar jas. ‘Ik snap het.’

Bij de deur draaide ze zich nog één keer om. Hij stond daar in het zachte licht van de kerstboom, en heel even zag ze hem zoals hij moest zijn geweest voor dat ongeluk – jonger, zachter.

‘Charlotte?’

‘Ja?’

‘Je komt toch wel terug? Om te zien of… of ik hem niet verpest heb?’

Ze glimlachte. ‘Natuurlijk. Iemand moet de quality control doen.’

Buiten was het koud geworden, maar ze voelde het nauwelijks. In haar hoofd zag ze nog steeds die ene bal, zacht gloeiend in het getemperde licht, als een belofte van iets nieuws.


20

‘Daar ben je eindelijk!’ Emma zat met opgetrokken benen op de bank, een kop thee in haar handen. ‘Ik begon me al af te vragen of je verdwaald was.’

‘Het is mijn eigen huis, Em.’

‘Dat bedoel ik niet en dat weet je.’ Ze zette haar thee neer. ‘Vertel.’

Charlotte hing haar jas op en schopte haar schoenen uit. ‘Er valt niets te vertellen.’

‘O nee?’ Emma’s wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Je bent uren weggeweest om “even een kerstboom uit te zoeken”. Wat hebben jullie gedaan? De boom zelf omgehakt?’

‘We moesten ook nog versieringen kopen.’

‘En?’

Charlotte liet zich in een stoel zakken. ‘En wat?’

‘En hoe ging dat? Wilde mijnheer Zuidas alleen maar minimalistische zwarte ballen?’

‘Emma!’ Maar ze moest glimlachen. ‘Nee, hij… hij koos zelf de kleur uit.’

‘En?’

‘Blauw.’ Charlotte dacht aan het kopje op de vensterbank. ‘De kleur van zijn moeder.’

Emma was even stil. ‘Dat is…’

‘Ja.’

‘En toen?’

Charlotte vertelde over de winkel, over het versieren van de boom, over het moment dat ze daar stonden in het licht van de kerstlampjes. Emma onderbrak haar niet, knikte alleen af en toe.

‘Maar er was nog iets,’ zei ze toen Charlotte klaar was.

‘Hoe bedoel je? Je krijgt die frons tussen je wenkbrauwen die je altijd hebt als je ergens over piekert.’

Charlotte zuchtte. Haar zus kende haar te goed. ‘Hij zei een paar vreemde dingen. Over mijn werk.’

‘Zoals?’

‘Dat ik geen half werk doe. En in de winkel was er ook zo’n moment…’ Ze schudde haar hoofd. ‘Het is vast niets.’

‘Maar?’

‘Het was alsof… alsof hij iets wist wat ik niet weet.’

Emma nipte van haar thee. ‘Misschien weet hij dat ook.’

‘Em!’

‘Wat? Ik zeg alleen maar dat een man die bij een bank werkt – want dat doet hij toch? – misschien wel eens wat hoort over interieurstyling-opdrachten.’

Charlotte ging rechtop zitten. ‘Denk je dat hij…?’

‘Ik denk helemaal niets.’ Emma grijnsde. ‘Ik zeg alleen dat je die frons van je voorhoofd mag halen. Volgens mij heb je wel wat beters om aan te denken.’

‘Zoals?’

‘Zoals het feit dat je urenlang hand in hand met hem naar een kerstboom hebt staan staren?’

Nu was het Charlottes beurt om te blozen. ‘Dat was niet…’

‘Natuurlijk niet.’ Emma stond op. ‘Thee?’

Charlotte knikte, maar ze zag niet eens hoe haar zus naar de keuken liep. In haar hoofd was ze weer in dat appartement, waar die ene bal nog steeds zacht gloeide in het getemperde licht.

‘O, Charlotte?’ Emma’s stem klonk uit de keuken.

‘Ja?’

‘Je glimlacht.’


21

‘Je hebt hem niet verpest.’ Charlotte probeerde verbaasd te klinken toen ze vanuit de deuropening van Diederiks appartement naar de kerstboom keek. De blauwe ballen glansden in het late middaglicht, en die ene speciale bal ving nog steeds perfect het licht. Toen lachte ze. ‘Maar ik moest het natuurlijk wel even controleren.’

‘Natuurlijk.’ Hij glimlachte. ‘De quality control, toch?’

Ze had een klein pakje in haar handen. Netjes ingepakt in zilver papier met een blauw lint – dezelfde kleuren als de boom.

‘Ik eh…’ Ze stak het pakje naar hem uit. ‘Ik heb iets voor je. Voor op kantoor.’

Even was hij stil. Toen: ‘Kom binnen.’

Ze liep achter hem aan de kamer in. De boom leek nog mooier dan gisteren, alsof de versieringen hun definitieve plek hadden gevonden in het zachte middaglicht.

‘Ga zitten.’ Hij gebaarde naar de bank. ‘Wil je thee?’

Ze knikte en keek toe hoe hij naar de keuken liep. Even later kwam hij terug met twee kopjes – het kobaltblauwe kopje voor haar, merkte ze ontroerd op.

‘Het was haar good luck kopje,’ zei hij zacht, terwijl hij ging zitten. ‘Voor belangrijke momenten.’

Hij draaide het pakje in zijn handen om.

‘Je moet het openmaken,’ plaagde ze. ‘Daar is het voor.’

Voorzichtig maakte hij het lint los en vouwde het papier open. Binnen zat een kleine glazen bol met daarin een miniatuur kantoorruimte. Maar in plaats van strakke bureaus en kille lampen was het een warme ruimte met zachte kleuren en subtiele kerstversiering.

‘Het is een…’ begon ze.

‘Een sneeuwbol.’ Hij draaide hem om en kleine sneeuwvlokjes dwarrelden over het miniatuurkantoor. ‘Voor als ik weer eens te corporate word?’

‘Zoiets.’ Ze bloosde licht. ‘Een herinnering dat zelfs een kantoor een thuis kan zijn.’

Hij bleef naar de sneeuwbol staren. Toen zei hij: ‘Ik moet je iets vertellen.’

‘Het is niet…’ Ze voelde haar hart overslaan. ‘Als je het te veel vindt…’

‘Nee.’ Hij zette de sneeuwbol voorzichtig neer. ‘Nee, het is… het is perfect. En dat is waarom…’ Hij aarzelde. ‘Ik wilde het je eigenlijk pas na de kerst vertellen, maar nu je dit geeft…’

‘Wat is er?’

‘Ik heb met onze directie gesproken.’ Hij keek haar aan. ‘Over de herinrichting van al onze kantoren.’

‘O.’ Ze begreep nog niet waar dit naartoe ging.

‘Ze waren het met me eens dat het tijd was voor verandering. Meer warmte. Meer… menselijkheid.’

Nu begon ze het te begrijpen. ‘Diederik…’

‘We willen jullie bureau de opdracht geven.’ Hij glimlachte bij haar verbaasde blik. ‘Op één voorwaarde.’

‘En die is?’

‘Dat jij de ontwerpen maakt.’

‘Ik?’ Ze zette haar kopje neer. ‘Maar Jessica…’

‘Nee.’ Hij pakte haar hand. ‘Niet doorschuiven naar een collega die ik niet ken. Jouw visie, jouw warmte. Dat is wat we zoeken.’

‘Maar…’

‘En,’ hij glimlachte weer, ‘als andere bedrijven zien wat er mogelijk is als je zakelijkheid met warmte combineert…’

Ze keek naar hun handen, toen naar de sneeuwbol, en tenslotte naar de kerstboom waar die ene bal zacht gloeide in het middaglicht.

‘Ál jullie kantoren?’

Diederik knikte.

‘Jij hebt dit gepland?’ vroeg ze zacht.

‘Niet dit.’ Hij kneep in haar hand. ‘Niet ons. Dat gebeurde gewoon. Maar toen ik je hoorde praten over je werk, over het creëren van sfeer… Toen wist ik het.’

‘Wat?’

‘Dat je gelijk had. Over warmte. Over…’ Hij gebaarde naar de kerstboom. ‘Over thuis.’

Ze wilde iets zeggen, maar er dansten teveel gedachten door haar hoofd. Dit was… dit was…

‘Te veel?’ vroeg hij zacht.

Ze schudde haar hoofd. ‘Te perfect.’

‘Ah.’ Hij trok haar dichter naar zich toe. ‘Dan past het precies bij die boom van ons.’


22

‘Dat is geweldig nieuws!’ Emma zat rechtop in bed, haar laptop vergeten op het dekbed. ‘Waarom kijk je dan alsof je hoofdpijn hebt?’

Charlotte leunde tegen de deurpost van de logeerkamer. Ze was direct naar boven gelopen toen ze thuiskwam, wetend dat haar zus nog zou werken aan een deadline.

‘Het ís ook geweldig,’ zei ze. ‘Maar het is ook…’

‘Te snel? Te veel?’ Emma schoof haar laptop opzij. ‘Kom hier.’

Charlotte ging op het bed zitten. ‘Wat als het misgaat?’

‘De opdracht?’

‘Alles.’ Ze plukte aan een draad van het dekbed. ‘De opdracht, Diederik, kerst met hem en mama en papa…’

‘Je bent bang.’

‘Natuurlijk ben ik bang!’ Het kwam er feller uit dan ze wilde. ‘Em, ik ken hem nog geen twee weken. En nu gaat hij niet alleen kerst met ons vieren, maar krijg ik ook nog de grootste opdracht van mijn leven via hem.’

‘En dat is slecht omdat…?’

‘Omdat het te perfect is.’ Charlotte dacht aan haar eigen woorden van eerder die middag. ‘Het voelt als die kerstfilms die mama altijd kijkt. Je weet wel, waar alles precies op zijn plek valt.’

‘Maar dit is geen film.’ Emma pakte haar hand. ‘Dit is echt.’

‘Precies! En in het echte leven…’

‘In het echte leven gebeuren soms mooie dingen.’ Emma’s stem klonk ongewoon serieus. ‘En ja, soms gaan ze mis. Maar dat is geen reden om ze niet te laten gebeuren.’

Charlotte keek naar hun handen. ‘Ik wil niet dat werk en privé door elkaar gaan lopen.’

‘Te laat.’ Emma glimlachte. ‘Dat gebeurde al toen je die eerste presentatie gaf over warme kerstsfeer in een zakelijke omgeving.’

‘Dat is niet…’

‘Dat is precies hetzelfde. Je wilt warmte brengen in een koude wereld. En nu heb je iemand gevonden die dat ook wil. Wat is daar mis mee?’

Charlotte dacht aan de sneeuwbol die ze hem had gegeven. Aan zijn gezicht toen hij hem omdraaide en de sneeuw zag dwarrelen.

‘Ik ben bang dat ik teveel verwacht,’ fluisterde ze.

‘Van hem?’

‘Van alles.’

Emma was even stil. Toen: ‘Weet je nog wat papa altijd zegt als mama weer zo’n kerstfilm kijkt?’

‘Dat het onrealistisch is?’

‘Nee. Dat het hem herinnert aan hoe hij haar ontmoette. Je weet hoe sentimenteel hij kan zijn. “Het was bijna kerst en ook zij was veel te goed voor mij.” Dit is geen film. Zakenmannen kunnen echt veranderen in romantische zielen die handgeblazen kerstballen uitzoeken.’

Nu moest Charlotte wel glimlachen. ‘Die bal…’

‘Precies die blik bedoel ik.’ Emma pakte haar laptop weer. ‘En nu wegwezen. Ik moet deze deadline halen voor morgen.’

Bij de deur draaide Charlotte zich om. ‘Em?’

‘Ja?’

‘Dank je.’

‘Waarvoor? Ik zeg alleen maar wat je zelf al weet.’ Emma keek op van haar scherm. ‘O, en Charlotte?’

‘Ja?’

‘Als het echt te perfect is… geniet er dan gewoon van.’


23

Charlotte was net de laatste kerstservetten aan het vouwen toen ze stemmen hoorde uit de studeerkamer. De deur stond op een kier.

‘”Van verdediging naar bescherming”.’ Aan de toon van haar vaders stem kon Charlotte horen dat hij de woorden met verbazing voorlas. Ze bleef staan, de laatste servet half gevouwen in haar handen. Ze wist dat ze niet zou moeten luisteren, maar…

‘”De Atlantikwall in Den Haag”,’ las haar vader verder. ‘Maar… maar dit is fantastisch! Wat een geweldig boek. Waar heb je het vandaan?’

‘Bij Paagman. Ik zocht tussen hun tweedehands boeken en gelukkig vond ik het voor u.’

‘Zocht?’ De verbazing in de stem van haar vader klonk nog groter. ‘Jij hebt speciaal naar dit boek gezocht? Voor mij?’

‘Ja.’ Diederiks stem klonk zacht, bijna verlegen. ‘Charlotte vertelde dat u geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de Atlantikwall en toen herinnerde ik me dat ik ooit had gelezen dat de gemeente Den Haag daar een boek over heeft gepubliceerd.’

‘En je hebt het gevonden! Dit is een prachtcadeau. Ik wil niet egoïstisch klinken, maar ik ben blij dat Charlotte je heeft uitgenodigd.’

Het bleef even stil. Charlotte stelde zich de verlegen glimlach van Diederik voor.

‘Je hebt je twijfels?’ Blijkbaar zag haar vader iets anders aan Diederiks gezichtsuitdrukking.

‘Het is…’ Diederik aarzelde. ‘Het is lang geleden dat ik kerst vierde. Met familie.’

‘Charlotte vertelde het.’

Weer een stilte.

‘Ik wil het niet verpesten,’ zei Diederik toen. ‘Voor haar. Voor u allemaal.’

‘Door wat?’ Haar vaders stem klonk warm. ‘Door verdrietig te zijn om je ouders?’

‘Het is meer… Ik weet niet of ik…’ Een diepe zucht. ‘Het voelt allemaal zo perfect. Charlotte, haar werk, deze kerst. Ik ben bang dat ik het niet verdien.’

Charlotte moest denken aan haar eigen woorden tegen Emma. Te perfect.

‘Weet je,’ zei haar vader, ’toen ik Charlottes moeder leerde kennen, dacht ik precies hetzelfde.’

‘Echt waar?’

‘Het was vlak voor kerst. En zij was ook veel te goed voor me.’

‘Dat zegt u nu…’

‘Dat zeg ik al dertig jaar. En weet je wat ze altijd antwoordt?’

‘Wat dan?’

‘Dat ik een romantische oude dwaas ben.’ Haar vader lachte zacht. ‘Maar ze is nog steeds bij me.’

Even was het stil. Charlotte hoorde het geritsel van pagina’s – haar vader was waarschijnlijk door het boek aan het bladeren.

‘Ik mis ze zo met kerst,’ zei Diederik toen, zo zacht dat Charlotte het bijna niet kon horen.

‘Natuurlijk mis je ze.’ Een stoel schraapte over de vloer. ‘En dat mag. Maar weet je wat ik denk?’

‘Wat dan?’

‘Dat ze blij zouden zijn dat je hier bent. Met mensen die om je geven.’

Charlotte voelde tranen in haar ogen opwellen. Ze wilde weglopen, maar haar voeten weigerden dienst.

‘Dank u,’ hoorde ze Diederik zeggen. ‘Voor… dit.’

‘Kom.’ Haar vaders stem klonk plotseling luchtiger. ‘Laten we kijken of de dames al klaar zijn met de voorbereidingen. Want als ik Charlotte ken…’

‘…staat alles al perfect opgesteld?’ Nu klonk er een glimlach door in Diederiks stem.

‘Precies.’ De deur ging verder open. ‘O, Charlotte! We hadden het net over jou.’

Ze veegde snel haar ogen af. ‘Ik was net… de servetten…’

Maar toen ze opkeek, zag ze aan Diederiks gezicht dat hij begreep dat ze had geluisterd. En voor het eerst sinds ze hem kende, leek hem dat niet te deren.

‘Zal ik helpen met die laatste servet?’ vroeg hij zacht.

Ze knikte, en terwijl haar vader neuriënd naar de keuken liep, het boek nog steeds in zijn handen, vouwden ze samen de laatste servet in een perfecte driehoek.


24

Charlottes moeder had zichzelf overtroffen. De eettafel was een symfonie in rood en goud, met kaarsen die warme schaduwen wierpen over het damast. De kristallen glazen vingen het licht en weerkaatsten het in kleine regenboogjes tegen de muur.

‘Het is prachtig, mam.’ Charlotte omhelsde haar moeder, die nog steeds haar feestelijke schort droeg.

‘Vind je?’ Haar moeder wierp een kritische blik op de tafel. ‘Ik twijfelde over die gouden lopers, maar Emma zei…’

‘Het is perfect,’ onderbrak Charlotte haar. ‘Toch, Diederik?’

Hij stond nog in de deuropening, zijn ogen groot terwijl hij de kamer in zich opnam. ‘Het is…’ Hij slikte. ‘Het lijkt wel een ansichtkaart.’

‘Zie je wel?’ Emma kwam binnen met een schaal. ‘Mama’s signature style – perfect maar niet protserig.’

Charlotte zag hoe Diederik even verstijfde bij het woord “perfect”, maar toen glimlachte hij. ‘Net als haar dochter.’

Nu was het Charlottes beurt om te blozen.

‘O, hij is góed.’ Emma zette de schaal neer. ‘Die mogen we houden, Lot.’

‘Emma!’ siste Charlotte, maar Diederik lachte alleen maar.

Het diner verliep als vanzelf. Haar vader vertelde verhalen over de bunkers in Scheveningen, zijn nieuwe boek open naast zijn bord. Haar moeder straalde toen Diederik om het recept van de stoofpeer vroeg. En Emma… Emma deed wat ze altijd deed – mensen op hun gemak stellen met haar verhalen en grappen.

Maar het was tijdens het dessert dat Charlotte het zag gebeuren. Haar moeder had net de chocolademousse opgediend – ‘Een oud familierecept,’ legde ze uit, ‘van mijn grootmoeder’ – toen Diederik even zijn ogen sloot.

‘Gaat het?’ fluisterde Charlotte.

Hij knikte. ‘Mijn moeder maakte altijd…’ Hij stopte.

Charlotte pakte onder tafel zijn hand.

‘Vertel eens over je moeder,’ zei haar vader zacht.

Diederik aarzelde even voor hij zei: ‘Ze was dol op koken. Met kerst stond ze altijd dagenlang in de keuken. En ze…’ Hij glimlachte waterig. ‘Ze maakte de beste chocolademousse.’

‘Net als oma?’ vroeg Emma aan haar moeder.

‘Vast anders,’ zei haar moeder. ‘Elk recept is als een familie – uniek.’

‘Dat is mooi gezegd,’ zei Diederik. Hij keek naar zijn dessert. ‘Ze zou dit geweldig hebben gevonden. Dit alles.’

Charlotte voelde hoe hij haar hand steviger vastpakte.

‘Natuurlijk zou ze dat.’ Haar moeder klonk heel beslist. ‘En nu moet je me vertellen of deze mousse in de buurt komt van haar recept.’

Even was het stil. Toen proefde Diederik. ‘Anders,’ zei hij. ‘Maar perfect op zijn eigen manier.’

Charlotte zag haar moeder stralen. Ze wist wat deze woorden voor haar betekenden – niet alleen acceptatie van haar dessert, maar van haar hele poging om hem een thuis te geven met kerst.

Later, toen de koffie was ingeschonken – ‘Of wil je warme chocolademelk?’ plaagde Emma, maar Diederik koos gedecideerd voor koffie – zag Charlotte hoe hij ontspannen met haar vader praatte over de foto’s in het boek.

‘Het lukt hem,’ fluisterde Emma, die naast haar was komen staan.

Charlotte knikte. ‘Ja.’ Ze keek naar het tafereel voor haar – haar vader en Diederik gebogen over het boek, haar moeder die hen glimlachend gadesloeg. ‘Het lukt ons allemaal.’


25

Het was al donker toen ze De Passage binnenliepen. De kerstverlichting glinsterde tussen de art-nouveau ornamenten, en ergens in de verte klonk muziek.

‘Wat is dat?’ Diederik bleef staan.

‘Een jeugdkoor.’ Charlotte glimlachte. ‘Ze zingen hier elk jaar in de dagen voor kerst.’

Ze liepen verder, de muziek werd sterker. Bij de grote kerstboom in het midden van De Passage stond een groep kinderen in stemmig blauw gekleed. Hun stemmen vulden de ruimte, zweefden omhoog naar het glazen dak, werden weerkaatst door de historische gevels.

‘Silent Night,’ fluisterde Diederik. ‘Mijn moeder zong dat altijd.’

Charlotte keek opzij naar hem, maar zijn gezicht stond niet verdrietig. Er glinsterde iets in zijn ogen dat ze niet eerder had gezien.

‘Stille nacht,’ zong het koor nu in het Nederlands. De stemmen vermengden zich met het zachte geruis van langslopende mensen, maar leken toch apart te staan, als in een eigen wereld van licht en klank.

‘Het is gek,’ zei Diederik zacht. ‘Ik dacht dat het zou…’

‘Pijn doen?’

Hij knikte. ‘Maar het voelt… goed. Alsof ze hier zijn. Maar dan anders.’

Charlotte dacht aan de chocolademousse van gisteravond. Anders, maar perfect op zijn eigen manier.

‘Weet je nog,’ zei hij zacht, ‘hoe bang ik was om kerst te vieren? Om weer…’

‘Om weer te voelen?’

Hij knikte. ‘En nu sta ik hier.’

‘Nu sta je hier,’ herhaalde ze. ‘Met kerstmuziek en al.’

‘Met jou.’ Hij drukte zacht haar hand. ‘Wie had dat gedacht, die eerste keer bij de Hertenkamp?’

De stemmen van het koor zwollen aan. ‘Davids Zoon, lang verwacht, die miljoenen eens zaligt…’

‘Charlotte?’

‘Ja?’

‘Ik wilde je nog iets zeggen. Over die opdracht…’

Maar voor hij zijn zin kon afmaken, barstte er applaus los. Het lied was afgelopen. Mensen om hen heen klapten, riepen bravo.

Diederik lachte. ‘Timing was nooit mijn sterkste punt.’

‘Je wilde iets zeggen over de opdracht?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Het kan wachten. Dit moment is te mooi om over werk te praten.’

‘Je begint het te leren, Diederik.’

Het koor begon aan een nieuw lied. ‘Midden in de winternacht…’

Charlotte voelde zijn hand om de hare. Boven hun hoofden glinsterde de kerstverlichting, en de stemmen van de kinderen vulden de ruimte met een bijna tastbare warmte.

‘Het spijt me,’ zei hij plotseling.

‘Waarom?’

‘Dat ik zo cynisch was. Over kerstsfeer. Over warmte. Over…’

Ze legde haar vinger tegen zijn lippen. ‘Ssst.’

En daar, onder het glazen dak van De Passage, met de stemmen van het koor die om hen heen zweefden, kuste ze hem. Hij smaakte naar koffie en belofte, naar verleden en toekomst tegelijk.

Toen ze zich eindelijk van elkaar losmaakten, zag ze dat er tranen in zijn ogen stonden.

‘Het is goed,’ fluisterde ze.

Hij knikte. ‘Ja.’ Hij keek omhoog naar de lichten, naar het koor, naar haar. ‘Het is perfect.’

En voor het eerst klonk dat woord niet als een waarschuwing, maar als een belofte.


De toelichting bij dit verhaal moet nog geschreven worden, maar de foto’s die de inspiratie vormden zijn alvast geplaatst.