afscheid
“An die Unsterbliche Geliebte”

De kaarsvlam flikkerde onrustig, dansende schaduwen op de muren van Beethovens bescheiden kamer werpend. De componist zat gebogen over zijn secretaire, zijn vingers geklemd om een ganzenveer. Voor hem lag een vel papier, nog onaangeroerd door inkt, maar zwaar van de woorden die hij wilde, nee, moest schrijven.


