Ga naar de inhoud

Toelichting bij “Onder de Lindeboom”

Oom Bertus en tante Truus genieten van de rust in het Lindehofje met op de achtergrond jongeren op fietsen aan het werk in de moestuin

Deze toelichting bevat spoilers.


Na de sciencefiction van Onder het Licht van Vier Manen leek het tijd om met AI een verhaal te schrijven dat in de huidige tijd speelt en ik dacht aan een verhaal over de recente problemen met fatbikes. Aangezien Claude geen toegang heeft tot internet en de informatie waarover Claude beschikt ongeveer een half jaar achterloopt (het verhaal is geschreven in oktober 2024) heb ik het Wikipedia artikel over fatbikes gedownload als pdf en dat door Claude laten lezen.

Zoals Claude zelf schrijft:

Als AI met een kennisbasis die stopt in april 2024 had ik wel algemene kennis over fatbikes (fietsen met extra brede banden, geschikt voor moeilijk terrein), maar de specifieke recente ontwikkelingen in Nederland waren nieuw voor mij.

Tijdens het schrijven van de outline voor het verhaal werd het accent verlegd. Ik schreef uiteindelijk de volgende prompt:

Het verhaal speelt in de huidige tijd in een fictief hofje in Den Haag (ik neem aan dat je de vele hofjes in Den Haag kent). Dit hofje wordt bewoond door alleenstaande ouderen (weduwen, weduwnaars, gescheiden, nooit getrouwd) in leeftijden boven de 65. Hun namen zijn dus zoals die rond 1950 en 1960 gebruikelijk waren. Daarbij worden ze met hun voornaam aangesproken als, bijvoorbeeld, tante Truus, met hun achternaam als, bijvoorbeeld, opoe (een gebruikelijk Nederlands woord voor een oma) Mulder, en soms om een uiterlijk kenmerk als, bijvoorbeeld, bolle Piet of blonde Karin. Bedenk zelf hoeveel bijfiguren met dergelijke namen nodig zijn om het hofje en het verhaal “gezellig” te vullen.

Hoofdpersoon is oom Bertus (zijn naam staat vast, maar hij is geen ik-figuur; het verhaal is in de derde persoon geschreven). Hij is moeilijk ter been en rijdt in een scootmobiel.

Het verhaal begint als op een ochtend de bewoners uit hun huisjes rond de centrale binnenplaats met bloemenperk en moestuin komen en zien dat voor de zoveelste maal de planten uit het perkje zijn gerukt. De bloemen liggen verspreid over de grond en de groenten uit de moestuin eveneens. De bewoners zijn kwaad, maar ook wanhopig. Er zijn in de buurt twee groepen hangjongeren die met hun fatbikes de buurt terroriseren. Er is al over beide groepen geklaagd bij de politie, maar de politie kan niet meer doen dan de jongeren toespreken, terwijl het bovendien lijkt alsof dat de pesterijen alleen maar erger maakt. Bovendien is niet duidelijk welke van de twee groepen nu echt verantwoordelijk is voor het pestgedrag en de vernielingen in de tuin. Terwijl de bewoners overleggen wat ze moeten doen, rijdt oom Bertus in zijn scootmobiel weg, de overige bewoners in verwarring achterlatend.

Na enige tijd verschijnt een groep jongens en meisjes (de jongens zijn in de meerderheid) op fatbikes in het hofje. Aangezien deze jongeren een leeftijd hebben van tussen de 14 en 16 jaar, kies namen voor hen die rond 2010 populair waren. De bewoners reageren geschrokken, maar achter het groepje jongeren op fatbikes verschijnt oom Bertus in zijn scootmobiel. Hij begint aan het groepje jongeren uit te leggen met zinnen als “Kijk, dit is het probleem waar ik het over had.” “Onze tuin wordt steeds vernield en wij zijn te oud om telkens de wacht te houden.” “We hebben sterke jongelui zoals jullie nodig om ons te helpen.” Hij vraagt aan een van de bewoners, een man, om wat te drinken in de trant van “Tja, alcohol op hun leeftijd is niet zo’n goed idee/mag nog niet, en limonade is een beetje kinderachtig, maar jij hebt vast wel wat alcoholvrije biertjes in je koelkast staan.” En aan een van de vrouwelijke bewoners “En ik durf te wedden dat jij een heerlijke appeltaart in de oven hebt.” Terwijl voor drank en versnaperingen wordt gezorgd, laat oom Bertus wat van de planten zien. Hij noemt hun namen, benoemt hun kenmerkende bloemen en bladeren, en hoe mooi het zou zijn als ze weer keurig op hun plek in het perkje staan. Ook laat hij de groenten zien. De wortels, bijvoorbeeld, zijn niet meer terug te planten, maar ze smaken heerlijk, dus hij laat de jongeren ervan proeven na ze te hebben gewezen op de mogelijkheid de aarde er bij het centrale fonteintje af te spoelen. De jongeren zijn het erover eens dat ze op deze manier, rauw, veel lekkerder zijn dan ze gewend zijn. Zo ook met een aantal andere groentesoorten (kies zelf maar hoeveel, het is idee is al snel duidelijk, denk ik). Er mag ook best een soort tussen zitten, denk aan radijs of zo, waarvan een van de jongeren zegt “Maar dat lust ik niet”, waarop een ander de radijs probeert en iets zegt als “Maar zo lekker heb je ze nog nooit gegeten” en de eerste het toch probeert en verbaasd is dat het lekker smaakt. Geholpen door alcoholvrij bier en appeltaart helpen de jongeren de ouderen het bloemenperkje en de moestuin weer op orde te krijgen. Ze beloven een oogje in het zeil te houden en te zorgen dat het hofje met rust wordt gelaten.

Ik weet niet of de volgende scene direct daarna moet plaatsvinden of pas na enige tijd als de band tussen het groepje jongeren en de bewoners is gegroeid en de jongeren plezier zijn gaan krijgen in helpen bij het onderhouden van de tuin en zelfs complimenten uitdelen aan de vrouwen die lekkere taarten en koekjes uitdelen, maar natuurlijk verschijnt op een gegeven moment het tweede groepje hangjongeren ten tonele. Er volgen beschuldigen over en weer “Maar jullie hebben zelf de planten vernield!” “Nee natuurlijk niet, dat waren jullie.” Maar er maar een ferme confrontatie van zoals die tussen hangjongeren kan ontstaan en vermijd stevige scheldwoorden niet. Het moet lijken of op dit moment alles in het water dreigt te vallen. Weer is het oom Bertus die tussenbeide komt. Hij sust de gemoederen en zegt tegen de tweede groep hangjongeren dat ze als geroepen komen, want hij heeft veel nieuwe zaden gekocht en heeft hulp nodig bij het zaaien van een nieuw deel van de moestuin. De stadsjongeren hebben geen idee hoe groenten nu echt groeien en geloven niet echt dat uit die kleine zaadjes echt lekkere dingen als wortels, sla, komkommers e.d. groeien. Er ontstaat zelfs een kleine competitie wie de grootste komkommers en courgettes weet te kweken. De jongeren komen zelf op het idee dat appel- en perenbomen niet zouden misstaan en oom Bertus gaat die met ze kopen.

Langzaam groeit een band tussen de jongeren en ouderen, en ook tussen de twee groepen hangjongeren begint het te klikken. Als een van de bewoners aan oom Bertus vraagt hoe hij dat allemaal voor elkaar heeft gekregen en of hij niet bang was toen hij voor het eerst met het eerste groepje hangjongeren sprak, antwoordt hij dat niet verwachtte dat ze een oude man in een scootmobiel die om hulp vroeg, kwaad zouden doen. Het waren gewoon jongeren die niet wisten wat ze met hun tijd moesten doen en nu hebben ze een doel, want ze werken enthousiast aan het verzorgen van de bloemen en de moestuin. Van sommige bloemen kennen ze zelfs de namen al. En op de vraag hoe hij wist welk van de twee groepjes hangjongeren verantwoordelijk was voor de vernielingen. “Wist? Natuurlijk wist ik dat niet en ik weet het nog steeds niet. Maar is dat belangrijk dan? Jij bent toch ook jong geweest. Heb jij nooit belletje getrokken of ander kattekwaad uitgehaald. Deze jongelui zijn niet anders dan wij toen we jong waren. Het enige verschil is, wij zijn eroverheen gegroeid en daar moeten we hen toch ook bij helpen? Wij weten hoe dat moet, zij moeten het nog ontdekken.”

Anders dan de andere verhalen is dit een feel-good verhaal geworden. Gewoon om eens te kijken eens niet dystopisch te schrijven. Het staat je volledig vrij de voorgestelde dialogen anders weer te geven. Ook de lengte van het verhaal is aan jou.

En Claude schreef een verhaal met de zelfgekozen titel Onder de Lindeboom waarin de taal van de ouderen verschilt van die van de jongeren (ik moest lachen om het plat Haagse ‘Kankâhliêgâhs!’), hoewel ik niet weet of hedendaagse jongeren ‘brave Hendriken’ gebruiken.

Ook de keuze om de gepensioneerde leraar niet met zijn voornaam maar als meneer Van Dijk te introduceren, kon ik waarderen.

Op één plek schuurde de volgorde van de zinnen:

Maar oom Bertus legde een vinger tegen zijn lippen en knipoogde naar de andere bewoners.
Toen wendde hij zich weer tot de jongeren.
“Zeg Piet,” riep hij naar bolle Piet, “jij hebt toch altijd van die lekkere alcoholvrije biertjes in huis?

Ik stelde de volgende wijziging voor:

Oom Bertus wendt zich tot de jongeren, maar zegt iets tegen bolle Piet. Ik denk dat dit simpel is op te lossen door de zin ‘Toen wendde hij zich weer tot de jongeren.’ te schrappen. Dan loopt de alinea vloeiender.

Claude was het daarmee eens en het verhaal was af.


NotebookLM gaf de volgende analyse van het verhaal:

Thema

Intergenerationele verbinding en begrip.

Centrale ideeën

Het verhaal belicht hoe vooroordelen en angst voor jongeren kunnen leiden tot wantrouwen en verwijdering.

Oom Bertus’ aanpak toont aan dat empathie, geduld en een positieve benadering bruggen kunnen bouwen tussen generaties.

De tuin fungeert als een metafoor voor groei en bloei, zowel letterlijk als figuurlijk, voor zowel de jongeren als de ouderen.

Conclusie

Onder de Lindeboom is een hartverwarmend verhaal over de kracht van intergenerationele verbinding. Het verhaal laat zien dat angst en vooroordelen overwonnen kunnen worden door empathie, geduld en een gezamenlijke interesse. De tuin symboliseert de potentie voor groei en bloei die aanwezig is in elke generatie, en het verhaal inspireert om bruggen te bouwen tussen jong en oud.

– NotebookLM “audio-overzicht“


De afbeelding bij het verhaal is gemaakt met DALL-E 3, hoewel dit AI text-to-image model ondanks herhaalde prompts in verschillende bewoordingen fatbikes niet correct weet af te beelden.

Jan Kleingeld, researcher generatieve AI bij AI Training Nederland